Al schrijvend word ik het personage zelf

Duivelshanden van de Vlaamse schrijfster Heide Boonen staat op de shortlist van de Goden Uil, en werd pas bekroond met de Boekenleeuw, de prijs voor het beste Vlaamse jeugdboek

Duivelshanden Ze woont met echtgenoot Ed Franck en hun kersverse baby in een mooi huis aan de Brusselse rand. Ed Franck, jeugdauteur die pas nog voor de tweede keer de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Jeugdliteratuur ontving, trekt zich terug in de tuin en zal later de baby komen sussen als hij honger krijgt.
   Als ik vraag naar hun beider schrijfgewoontes, zegt Heide Boonen met spijt dat zij de discipline die Ed Franck heeft niet kan opbrengen. "Hij trekt zich elke dag terug om te schrijven. Ik vind schrijven heel hard werken. Weken- of maandenlang kan het blijven liggen, tot ik mezelf dwing eraan verder te werken. Voor mij is het een enorme krachtinspanning, ook al schrijf ik kinderboeken. Er zijn natuurlijk goede periodes waarbij ik helemaal in het verhaal zit. Maar als ik er een tijdje mee stop, komt de inspiratie niet vanzelf terug. Ik vlucht nogal gemakkelijk voor dit werk. Dan de draad opnieuw opnemen vraagt tijd."
   Het regent de laatste maanden literaire prijzen en nominaties ten huize van Franck-Boonen. Veel blije tijdingen in de periode van de geboorte dan nog. Heide Boonen lacht en zegt dat ze zo'n tijd niet nog eens zullen meemaken. Dat ze erg blij is met de Boekenleeuw, maar die erkenning ook relativeert. "Zo'n prijs is een beetje een loterij. Ik denk dat dat niet echt bestaat, het beste Vlaamse jeugdboek. Als er een andere jury was geweest, was er wellicht een ander boek bekroond. Maar mijn werk is tot nu toe redelijk onopgemerkt gebleven en ik ben gewoon erg blij dat mensen die er wat van af weten vinden dat Duivelshanden een van de betere boeken van het jaar is."
   Duivelshanden is een dagboek van een meisje over een vreselijke periode op een nieuwe school. Het duurt een tijdje voor de lezer erachterkomt dat het over pesten gaat. Je leest vooral in welke mate het hoofdpersonage gekwetst is, niet meteen hoe en door wie.
   "Ik ben blij dat je niet zegt dat het een boek over pesten is, want dat schrikt mensen af, en daar heb ik het ook niet in de eerste plaats over. Ik wil vooral een portret maken van een kind, in dit geval een meisje. Ik wil vertellen hoe ze in het leven staat, wat ze voelt, ervaart, en wat ze ermee doet. Welke invloed bepaalde gebeurtenissen hebben op haar leven en karakter. Het gaat vaak om een eenzaam kind dat ontworteld is. Ze behoort niet tot een groep, moet haar eigen boontjes doppen, observeert de wereld om haar heen. Ik geef die kinderen in mijn boek een stem. Ik laat ze zelf vertellen wat ze voelen. Mijn hoofdpersonages zijn geen helden. Ze zijn ook niet populair bij de anderen. Daar heb ik wel eens een discussie over met mijn uitgever. Of het zo triestig moet zijn? Moet het kind niet assertiever zijn? Maar het is niet omdat het geen winnaars zijn, dat het zielige kinderen zijn. Ze hebben een sterk karakter."
   Opvallend in Duivelshanden is de donkerte, de ellende, de eenzaamheid van een kind. De schrijfster gaat daar wel heel erg ver in. "Het gaat inderdaad over diep verdriet en verlatenheid. Soms krijg ik er bij het schrijven zelf kippenvel van. De meisjes gaan diep, maar eerlijk gezegd denk ik dat ik de realiteit nog afzwak. In de werkelijkheid kan het er nog wreder aan toe gaan! Maar zo ver kun je in een boek niet gaan. Dat kun je een lezer niet aandoen. Ik probeer na een zeer emotionele scène ook steeds een tegengewicht te schrijven, een rustiger hoofdstuk dat je de kans geeft om op adem te komen.
   "Daarom breng ik ook warme, liefhebbende figuren in het boek, zoals de vader in Duivelshanden. Zij vormen het tegengewicht, zij laten me dan ook toe op andere momenten heel ver te gaan in het donkerte van het leven. Stukjes van mezelf zitten in al die personages. Net als de meisjes ben ik zelf iemand die niet erg sociaal is en zich niet vaak tot een groep voelt behoren. Maar ik lijk evengoed een beetje op de labiele kunstenares uit Anna en Alexander en op de goedgemutste, vrolijke creatieveling die de vader van Manon is in Duivelshanden."
   Anna en AlexanderDe relatie tussen de ouders verloopt moeizaam in de boeken van Heide Boonen. Zeker met de moeder is er altijd wat aan de hand. Ze is afwezig, of ze verwaarloost haar kind emotioneel. "De afwezigheid van de moeder maakt dat het kind per definitie verlaten en eenzaam is. Schrijven gebeurt bij mij nogal intuïtief, hoor, ik bedenk zulke dingen niet van te voren. Maar als ik er achteraf op terugkijk, moet ik besluiten dat mijn tekening van een ontworteld kind moet beginnen bij het weghalen van de moeder. Hoe kan een kind eenzamer zijn dan zonder moeder?"
   Het benieuwt me wat er met de meisjes gebeurt na de laatste bladzijde van Duivelshanden en Anna en Alexander. Komen ze geknakt uit deze gebeurtenissen, of net gesterkt?
   "Ze zijn uiterst kwetsbaar, en gewond. Wat ze meemaken tekent hen, maar tegelijk hebben ze doorzettingsvermogen en nemen ze hun leven op. Ik ben ervan overuigd dat kinderen alle gamma's van gevoelens die volwassenen kennen ook kunnen voelen. Alleen kunnen ze die door gebrek aan ervaring niet altijd plaatsen. Zo zijn ze bijvoorbeeld eenzaam maar beseffen ze niet waarom. In Duivelshanden zal Manon zichzelf op het einde opnieuw respecteren. Ze slaat haar ogen niet meer neer voor pesters. Maar ze weet niet hoe dat komt. Ze denkt dat het komt omdat ze haar leren laarzen aan heeft."
   Hoe kan een volwassen vrouw zo geloofwaardig de gevoelens van een jong meisje neerschrijven? Heide Boonen laat Manon in Duivelshanden vertellen via haar dagboek, om de stem van het meisje zo getrouw mogelijk te laten horen. "Ik wilde niet dat je de schrijfster erdoor zou horen, dus heb ik m'n best gedaan de taal te gebruiken van een meisje. En verder weet ik heel goed wat het is om gepest te worden. De aftakeling die volgt op herhaaldelijk pesten, dat heb ik ook meegemaakt. Ik weet wat het is om elke ochten wakker te worden en bang te zijn om naar school te gaan. Door die ervaring ben ik iets dieper kunnen gaan. Aan de andere kant hoef je niet alles te hebben meegemaakt natuurlijk. In Anna en Alexander is Anna een emotioneel verwaarloosd kind. Dat was ik helemaal niet, maar ik kan me toch indenken hoe dat moet zijn. Al schrijvend word ik het personage zelf."
   Manon schrijft alles wat er gebeurd is in een dagboek en ziet de dingen daardoor klaarder. Therapeutisch schrijven is hier niet ver weg, maar ik dat woord laat vallen, reageert Heide Boonen fel.
   "Iedere mens heeft een uitlaatklep nodig. Dat kan evengoed tennissen zijn, hoor. Maar als iemand in z'n vrije tijd keihard tegen een bal staat te meppen, vraagt niemand of het helpt. Schrijven kan een keerpunt betekenen in iemands leven, hoewel het daarom het probleem niet oplost. Ik denk dat het belangrijk is dat een kind gestimuleerd wordt om te schrijven, maar daar gaat mijn boek niet over. Therapeutisch schrijven heeft een negatieve bijklank, het klinkt zo zielig. Duivelshanden in de vorm van een dagboek schrijven was een intuïtieve keuze. Het leek me de enige manier om het kind haar verhaal te laten vertellen vanuit haar eigen standpunt."
   Het was voor Heide Boonen niet van jongs af aan duidelijk dat ze later zou schrijven.
   "Het kwam niet eens in me op. Mijn vader deed dat al (Johan Boonen schreef theater, was lange tijd huisschrijver van de KVS en ontving in 1975 de Staatsprijd voor Toneelletterkunde, BK). Ik heb animatiefilm gestudeerd, en ik was van plan daarmee verder te gaan. Maar er begonnen zich steeds vaker verhalen in mijn hoofd af te spelen. Flarden van zinnen, stukken van een paragraaf kwamen steeds opnieuw in me op, ik kreeg ze niet weg. Nog altijd wilde ik zeker geen schrijfster worden, maar ik schreef die teksten op, met het idee dat daarmee de kous af zou zijn. Maar die zinnen werden verhalen van bladzijden lang. Op den duur heb ik een aantal verhalen gepubliceerd in de Stipkrant. Ik leerde Ed Franck kennen, die toen al bij uitgeverij Averbode werkte, en vroeg hem mijn verhalen te lezen. Zo ben ik kinderboekenschrijver geworden. Mijn verhalen zijn tot nu toe toevallig voor kinderen. Dat komt voor een deel omdat ik bijvoorbeeld weinig woorden gebruik die kinderen niet begrijpen. Mensen zeggen wel eens dat ik moeilijke boeken schrijf voor kinderen. Dat zal wel kloppen, want er gebeurt heel weinig. Het zijn portretten, er is dus weinig actie. Ik probeer wel de lezer reden te geven om verder te lezen. Maar heel veel toegevingen doe ik niet. De complexe verhaalstructuur van flashbacks heb ik bijvoorbeeld niet willen vereenvoudigen, ook al blijkt die niet voor de hand te liggen."
   Al pratend legt Heide Boonen de baby aan de borst. Benieuwd of de zoon van twee auteurs de passie voor schrijven en lezen met de moedermelk zal meekrijgen. "Als kind was ik zelf helemaal geen grote lezer. Ik las gemakkelijke verhalen waar veel in gebeurde." Met de hand op het kleine stapeltje boeken van haar: "Dit soort boeken zou ik niet gelezen hebben, denk ik."

Belle Kuijken


Heide Boonen
Duivelshanden
Querido, Amsterdam, 94 p., 11,30 €.
vanaf 12 jaar.
Anna en Alexander
Querido, Amsterdam, 80 p., 11,50 €.
vanaf 13 jaar.
Mijn vingers zijn niet lang genoeg
Averbode, Averbode
vanaf 6 jaar.


TerugCopyright ©  De  Morgen                     20 maart 2002.