Ed Franck bespeelt heel wat registers in zijn werk. Na zijn
intrigerende boek Mijn zus draagt een
heuvel op haar rug, een wrang en sober 'ooggetuigenverslag' van een
kleine jongen over het vreemde gedrag van zijn gehandicapte zus, verscheen
zopas een bijzonder oorlogsverhaal. Voor Tinka reisde Ed Franck naar de Balkan
om er zelf de sfeer en de verhalen te gaan proeven. In achttien korte impressies
vertelt hij zonder pathos wat een burgeroorlog materieel en emotioneel kan
aanrichten. Dat het verhaal zich in de belegerde stad Sarajevo afspeelt, wordt
nergens expliciet vermeld, maar laat zich duidelijk raden. Tinka is geen historisch
of didactisch oorlogsdocument en al evenmin een boodschapperig verhaal over
vrede en geweld. Ed Franck laat zijn kleine heldin, een moslimmeisje, door
de stad dwalen, of "scharrelen, noemt Tinka het. Zomaar wat ronddwalen
in de zon. Achter elke straathoek kan een Geheim opduiken." Op die manier
maak je als lezer ongeveer een jaar van het kleine en grote lief en leed mee
tijdens de absurde burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië. "Tinka
heeft een nieuw woord geleerd: burgeroorlog. Een woord vol granaten die brokken
asfalt uit de straten rukken, daken doen instorten, midden in een groepje
mensen ontploffen... Een woord zo vies als verkoolde autowrakken en met onkruid
begroeide puinhopen..." Als in een filmdocumentaire word je door Tinka
op sleeptouw genomen door de straten en pleinen van een stad in oorlog: langs
stukgeschoten huizen waarin een pianist onder de blote hemel zit te spelen,
langs muurschilderingen op overeind gebleven muren, langs de schaarse voedsel-
en waterbedelingen, langs bloemperken waarin enkel nog groenten gekweekt worden,
langs afgezaagde bomen en geïmproviseerde kerkhoven, langs minaretten
en katholieke kerken, langs zwerfhonden en kapotte autobussen.
Tegen die troosteloze achtergrond worden dan vooral bijzondere
figuren opgevoerd, met elk hun eigen droevige, geestige on ontroerende verhaal.
Dat van de soldaat-fotograaf bijvoorbeeld, die de beelden de wereld in wil
sturen opdat men het zou weten. Of dat van Laza, de straatzanger, wiens hart
"te ver heeft gewandeld en verloren is gelopen". En het prachtige
verhaal van Maka die zwerfhonden een ansichtkaart om de nek hangt met hoopgevende
boodschappen erop voor wie ze lezen wil. Of de bibliofiel met een slee vol
boeken in de sneeuw, gered uit het verwoeste huis van zijn dode broer. "Blijven
lezen! Dan krijgt de oorlog je niet klein", roept hij Tinka na. Oude
Olga heeft papiertjes in haar ontelbare rokken zitten. Elke avond mogen de
kinderen er eentje uitkiezen en dan vertelt ze weer een verhaal. Door het
boek heen wordt Tinka ouder en wijzer en raakt ze ook wel eens haar vertrouwen
kwijt. Ze registreert zorgvuldig wat ze ziet en hoort en denkt er allemaal
grondig over na. "De oorlog heeft haar geleerd geduld te hebben en te
kijken. Haar ogen zijn een fototoestel geworden." Een vroegwijs kind,
dat heel wat verantwoordelijkheden krijgt doorgeschoven van haar wat bittere
en vermoeide moeder. Een kind vol onderdrukte angst ook "die zo aan haar
zoog dat ze het gevoel kreeg uitgehold te worden van binnen".
Toch blijft er nog ruimte voor feest en vrolijkheid. Bij
het bezoek van oom Laza bijvoorbeeld, of wanneer vriendje Branko een kip vangt
en er een heus festijn wordt opgezet met porseleinen kopjes, wodka en oude
liederen toe. Voor haar verjaardag breide haar moeder van restjes wol een
veelkleurige warme trui, die Tinka euforisch gaat showen op weg naar de markt.
Wanneer een pesterige jongen haar die kostbare schat wil afpakken wordt Tinka
in haar verweer "zelf een stukje oorlog".
Tinka is vooral een boek over de kracht van woorden
en verhalen. Tinka proeft woorden: aan donkere woorden zoals 'haten' heeft
ze een hekel, omdat ze die niet begrijpt, 'hartenbreker' vindt ze mooi. In
drie dozen bewaart ze boze, lieve en droevige woorden uit oude kranten geknipt.
Verhalen, liederen, verzen en boodschappen op de muren houden mensen overeind
in deze geïsoleerde wereld. Het boek eindigt dan ook met een sprookje
van hoop op beterschap.
Met zijn woorden en verhalen maakte Ed Franck een sober,
geloofwaardig en ontroerend oorlogsportret. Door de, weliswaar originele,
fragmentarische compositie gingen wel enkele veelbelovende boeiende aanzetten
de mist in, en krijgt het slot iets van een loshangend eindje wol in Tinka's
veelkleurige trui. En dat is dan weer jammer.