'Een
handboek over de evolutietheorie' noem ik Kaas & de evolutietheorie
gemakshalve, maar dat dekt de lading niet helemaal. Haring spreekt de lezer
direct aan, en je krijgt hier helemaal geen biologieles door je strot geduwd.
Wetenschap wordt je stap voor stap en zeer bevattelijk aangereikt. De auteur
legt verbanden met andere werelden dan die van de genen en de fauna. Aan het
eind van elk hoofdstukje komt een korte samenvatting: het is duidelijk dat
de auteur je een bad wil geven, geen snelle kattenwas. Bedoeling is dat je
de theorie na het lezen van het boek in je kleren hebt zitten. Nooit eerder
las ik een wetenschappelijk kinderboek dat zozeer door alle hoofdstukken heen
één bepaalde boodschap wilde meegeen. Bas Haring wil dat iedere
lezer heel goed begrepen heeft dat leven en overleven op deze planeet niet
te maken hebben met een of ander hoger doel. De soorten die overleven, zijn
gewoon het best in overblijven. The survival of the fittest vertaalt
de auteur niet als 'de sterkste wint'. Hij wijst erop dat niet de slimste,
sterkste of mooiste soorten in stand zijn gebleven, maar wel deze die domweg
en toevallig een manier hebben evonden (geheel onbewust) om te overleven.
Niets is vooraf bedacht. Haring spreekt van "de menselijke vergissing
om achter alles een reden te zoeken". Hij geeft een mooi voorbeeld van
de ijsbeer. Waarom is die zo wit? De vraag is niet 'waarom?, maar 'hoe komt
het?', want een waarom-vraag peilt naar een bedoeling. Aangezien alles toeval
is, is de witte ijsbeer het ook. toevallig werd er een keer een iets blekere
beer geboren, en die bleek zich goed te kunnen verschuilen in de sneeuw. Die
beer had dus meer overlevingskansen en kon meer kleine beertjes maken. Zij
overerfden de witte pels, en zo werd de ijsbeer door de tijden heen almaar
witter. Eén handige eigenschap kreeg de overhand, maar niemand (ook
de beer zelf niet) had daar een hand in.
Haring brengt ons verder nog bij wat genen precies zijn,
en waarom mensen en dieren geil en hitsig zijn. Heel interessant wordt het
als hij de lijn even doortrekt en het pad van de biologie verlaat. Is homoseksualiteit
tegennatuurlijk? Bestaat God? Waarom is stelen slecht? De moraal van goed
en kwaad heeft ook al een evolutionair proces doorlopen. Alleen is hij niet
via de genen doorgegeven, maar door communicatie. Haring begeeft zich op glad
ijs, en dat beseft hij zelf. Want er is niet alleen geen hoger doel in het
leven, we moeten ons ook niet te veel illusies maken over een of ander typisch
menselijk normbesef.
Kaas & de evolutietheorie is een pareltje van
een boek geworden, waarvoor mijn bewondering steeg bij elke bladzijde. Een
populariserend non-fictieboek dat het niet moet hebben van paginagrote kleurenprenten,
maar wel van een zeer bevattelijke, ver doorgedreven en gedurfde uiteenzetting
van een heel actuele theorie en filosofie.
Een
speling van het lot zorgde ervoor dat ongeveer tegelijk met Kaas &
de evolutietheorie ook Roelaman in Nederlandse vertaling verschijnt.
Roelaman is een avonturenroman die zich afspeelt bij de Europese holbewoners,
na de ijstijden. De Duitser David F.Weinland schreef het boek 1878 en in Duitsland
is het al die tijd een enorm succes gebleven. Roelaman wordt beschouwd
als de spannendste roman over het onderwerp, en de Duitse criticus Hansjörg
Küster zegt dat hij mensen kent die slechts drie boeken in huis hebben:
de bijbel, een spaarbankboekje en Roelaman. Honderd vijfentwintig jaar
oud is het boek, en dat lees je natuurlijk. Théo Buckinx vertaalde
Weinlands boek ook in ongewoon stroef Nederlands, maar dat raak je na een
tijdje helemaal gewoon. Het verhaal is doorspekt met tekeningen van werktuigen
en skeletten van uitgestorven diersoorten, het soort gravures dat ik me herinner
uit oude leerboeken en natuurhistorische musea.
Weinland was uitermate gefascineerd door de vermoede leefwijze
van onze voorouders. Hij beschrijft hun holen en werktuigen, de hiërarchie
en rituelen en dagelijkse bezigheden. Maar vooral de jacht, een dagelijkse
bloedstollende, levensgevaarlijke bezigheid, beoefend door heldhaftige wilden.
Weinland heeft willen aantonen hoe het leven in Europa er ooit op één
bepaald moment heeft uitgezien. Rode draad zijn gevaar en struggle for
life. Dit is niet de enige verwijzing naar Charles Darwin, trouwens een
van Weinlands vrienden in de tijd.
Bijzonder boeiend is de intrede van een uit het oosten oprukkend
sterk blank mensenras dat de holbewoners bedreigt. De blanken bouwen huizen
en leven van veeteelt en akkerbouw. De nieuwkomers houden de holbewoners fijne
stoffen en blinkende werktuigen voor, en dat is natuurlijk het begin van het
einde. Roelaman is een erg romantisch en heldhaftig verhaal over de
oermensen in de Zwabische Jura, die verdreven werden door de Kelten. Weinland
was een wetenschapper en academicus, lange tijd directeur van de dierentuin
van Frankfort en auteur van wetenschappelijk werk over dieren en planten.
Als jeugdschrijver raakte hij meteen bekend. Hij baseerde zich voor Roelaman
sterk op wetenschappelijk onderzoek rond prehistorisch vondsten in grotten
in de buurt. Hij wilde met dit boek zijn eigen en andere kinderen de allereerste
sporen van de Germaanse cultuur vertellen. Alles in een volkse, beetje intimiderende
toon, die wellicht perfect past in de tijd waarin het geschreven is. De Duitse
auteur Günter Herburger schreef in Die Zeit in 1999 dat hij Roelaman
als kind stiekem in z'n bed las met een zaklantaarn. Dat was ten tijde van
de Tweede Wereldoorlog, toen de dagelijkse realiteit vreemde gelijkenissen
vertoond moet hebben met de tijd van Roelaman.
Zoals
Bas Haring in zijn Kaas & de evolutietheorie stelt: "Alle
dieren planten hebben een zwaar leven" en dat is een de ingrediënten
van de evolutietheorie. In Roelaman illustreert Weinland alvast overvloedig
deze wetenschap. Net als Bas Haring lijkt hij ermee in te stemmen dat wel
de meest 'fitte' soort overblijft, maar dat die soort daarom nog niet de mooiste
of slimste is. Weinland hemelt de Keltische cultuur dan ook niet op, integendeel.
De nieuwe beschaving brengt alleen maar onheil, terwijl de zogenaamde wilden
dan wel arm, maar tenminste vredelievend waren. De bewondering van de holbewoners
voor deze mooie slanke jongens op tamme paarden ruilt al snel plaats voor
afschuw, want de Kelten brachten mensenoffers aan hun goden en schrokken niet
terug voor kannibalisme. Roelaman is een curiosum dat alleen al daarom
de moeite waard is om te lezen.