Een engel met één vleugel

Mijn zus draagt een heuvel op haar rugOok voor oudere en geletterde kinderen wordt, gelukkig maar, nog prachtig getekend. Zo'n geslaagde combinatie van tekst en illustraties is Mijn zus draagt een heuvel op haar rug. Ed Franck doet het wat bizarre en tegelijk poëtische verhaal. en illustrator Tom Schamp vatte dat bizarre en poëtische perfect in zijn prenten. In de korte hoofdstukken laat de schrijver een jongetje aan het woord. Hij vertelt anekdotes over zijn vreemde, oudere zus. Gaandeweg wordt duidelijk dat die met haar bochel niet alleen een fysieke handicap heeft, maar ook mentaal behoorlijk ziek is. Dat kom je als lezer mondjesmaat aan de weet uit de even vaak onwaarschijnlijke als ontroerende verhalen van de jonge verteller. En vertellen kan hij! Elk hoofdstukje begint met een kort statement dat al wat komt samenvat.
    "Dat kwam zo" leidt dan vaak het vervolg in. Een ingenieus stramien om vorm te geven aan de vreemde fantasieën, de argeloze observaties en de ogenschijnlijk naïeve interpretaties van de jonge Andres. Door zijn verhalen heen voel je zijn onwaarschijnlijke affectie en loyaliteit voor een zus die er door haar gebrek en haar ziekte ellendig aan toe is, en die met haar onvoorspelbare stemmingen en grillen het leven van haar jongere broer erg moeilijk maakt.
    Voor Andres zit er op de rug van zijn zus geen bochel maar een intrigerende heuvel, die er plots was, die hij ziet groeien terwijl hij in familiealbums bladert, die misschien wel het begin van een engelenvleugel kan zijn, maar "een engel met één vleugel, die valt uit de lucht". Als zus - tot zijn schrik - in een boom klimt, wordt die heuvel een boomknoest, en zijn vrienden dist hij verhalen op over een ballon die onder haar jurk zit en almaar groter wordt tot ze ermee weg kan vliegen, de wereld rond. "Als ze terugkomt heeft ze de ballon niet meer nodig." Tijdens een uitstapje naar zee vindt Andres zijn zus in de duinen: "De heuvel was een bijeengewaaid hoopje zand... Mijn zus paste in de duinpan als in een grote warme hand." Andres stelt alles in het werk om het verdriet en de woede van zijn zus te milderen en om te begrijpen hoe en wie ze is. In zijn kamer, vroeger de hare, zoekt hij naar de geheimen van zijn zus: waarom ze schreeuwt en met haar vuisten tegen de muur slaat, waarom ze met een egel praat en hem over zijn stekels aait. Met een eindeloos geduld verdraagt hij haar buien en vreemde spelletjes. Prachtig is het verhaal waarin zus het spel speelt van de vis die vlucht voor loerende ogen. Hij zeult alle kamerplanten bij elkaar om, net als de nieuwe, schuwe vis in het aquarium, het stukje verdriet dat ze is te beschermen voor de blikken van de mensen.
    De kleine verteller wil zichzelf er obsessioneel van overtuigen dat zijn zus niet ziek of gestoord is. Hij bezweert de akelige realiteit, die hij niet begrijpt maar wel kan vermoeden, door aan wat er ook gebeurt een plausibele wending te geven in zijn verhalen. Want "niemand heeft een zus als ik" en "ze is heel dapper, mijn zus". Aan het slot weet alleen Andres dan ook waar de verdwenen zus kan zijn, want als enige kent hij haar fascinatie voor de imaginaire, sierlijke nimfen in de waterput.
    Nooit eerder las ik een kinderboek dat zo subtiel, suggestief en pakkend weergeeft wat handicaps en ziekte kunnen aanrichten bij andere huisgenoten en hoe dubbel daarop gereageerd kan worden. Door alles vanuit de kleine broer te laten beleven en vertellen omzeilde Ed Franck de tranerigheid en de overexplicitering die dat soort verhalen wel eens hebben en maakte hij authentieke ontroering mogelijk. Er wordt direct en zuinig verteld, zoals kinderen dat doen. Wanneer zus voorleest zegt Andres: "Ik snapte er niets van en vond het heel mooi. Zus heeft wel vijf stemmen en vijf gezichten als ze voorleest." Of zijn beschrijving van de blote bast van een boswachter: "Jouw spieren wandelen, zei ik, toen hij even uitpufte." En nog, wanneer hij zijn zus wil fotograferen in haar veelkleurige truitje: "Als ik haar heuvel kan trekken tegen de lucht en de wolken, dan is hij net een mooie regenboog."
    Illustrator Tom Schamp maakte er naïeve schilderijtjes bij, afgewisseld met kleine grappige tekeningen. Ze ogen tragisch en grappig tegelijk en roepen een surrealistische sfeer op die naadloos aansluit bij de verwarring en de eindeloze tederheid van de kleine verteller.

War game    Bij Bakermat Uitgevers verscheen een Nederlandse vertaling van War Game van de bekende Britse auteur en illustrator Michael Foreman. Hij schreef en tekende dit op echte feiten gebaseerde verhaal over een kerstbestand in het niemandsland en de loopgraven tijdens de Grote Oorlog als een hommage aan zijn vier ooms die als jonge soldaten in Frankrijk sneuvelden.
    Het copieus en prachtig geïllustreerde boek verweeft feit en fictie. Vier plattelandsjongens uit Suffolk willen wel eens wat meer beleven dan hun wekelijkse voetbalwedstrijden en het werk op het veld. Het is 1914 en, aangemoedigd door de rekruteringspropaganda en hun eigen zin voor avontuur melden ze zich aan in het leger, want "home before Christmas", daar ging iedereen toen van uit. Uitbundig uitgewuifd vertrekken ze euforisch van Southampton naar Frankrijk, waar ze algauw ervaren wat het " avontuur" voorstelt: modder en vrieskou in smerige loopgraven vol ratten en kakkerlakken; een zinloze strijd met het Duitse leger, zo dichtbij dat ze de stemmen van de Duitse soldaten kunnen horen en hun ontbijt kunnen ruiken.
    De spontane verbroedering op Nomansland en een voetbalmatch met de Duitsers op kerstdag worden door de legerleiding niet geapprecieerd. Na Kerstmis wordt de strijd in alle hevigheid opnieuw voortgezet. Will, de jongste van de vier vrienden, komt zwaargewond in een granaatkrater terecht en sterft. Voetbal is hier een allegorie voor de oorlog. De Britse tegenaanval na het kerstbestand wordt in voetbalstrategische termen beschreven: "Hard lopend in een lijn, Will in de positie van midvoor, Lacey aan zijn linkerkant en de jonge Billy op de flank."
    In Engeland hoort War Game al bij de klassieken. De grote aquarelplaten zijn indrukwekkend mooi en geven een aangrijpend beeld van de waanzin van elke oorlog. De toevoeging van authentieke Engelse cartoons en propagandaposters uit 1914 maken van het boek helemaal een bijzonder boeiend tijdsdocument.

Annemie Leysen

Ed Franck
Tom Schamp (ill.)
Mijn zus draagt een heuvel op haar rug
Averbode, Averbode, 75 p., 495 fr.
vanaf 10 jaar.

Michael Foreman
War game
Bakermat, Mechelen, 695 fr.
vanaf 10 jaar.




TerugCopyright ©  De  Morgen                     25 oktober 2000.



<plaintext>