En
alles is echt waar
"Een pop.
Een beer. / Een kamer stilte. / Oogjes dicht en oogjes open. / Poppemie
kan lopen." En meteen is het eenvoudige verhaal in rijmvorm
van André Sollie bij plaatjes van Erika Cotteleer op dreef. In korte,
zuinige zinnen dichtte André Sollie een 'plot' bij prenten die Cotteleer
al veel eerder schilderde. Over alleen zijn gaat dit boekje en over hoe
de verbeelding daar wel eens soelaas voor biedt. Poppemie vindt Beer
"...een echte jongen. / Met benen en met longen. / Een piemel.
En een stem. / Die kon je nog niet horen. / Ze was maar net van hem."
Hoe de vertelster er op los fantaseert wordt door de typisch kinderlijke
irrealis-verleden tijd gesuggereerd: "Dit waren dan
zijn wolken. / Toen kwamen ze dus thuis. / Een jongen
en zijn lief." Algauw wordt alles "echt waar" en verandert ook het
tijdsgebruik. Mooi ook wordt het afscheid van de kindertijd opgeroepen.
Beers vadertje geeft zijn zoon elf woorden mee. "Twee zinnetjes in
kleur." En de spanning om wat komen zal, zorgt voor koorts:
"Het leven moest gebeuren." De zuinige verzen passen perfect bij
de al even economisch geschilderde prenten, die haast los van elkaar te
lijken te kunnen bestaan om iemand anders - de kijker misschien wel - weer
een ander verhaal te laten verzinnen. Prachtig van kleur en met een aandoenlijke
expressiviteit.
Een getalenteerd duo vormen ook Leendert Witvliet en Geert Vervaeke in
Binnen en buiten, een versjesboek voor hele kleine poëzieliefhebbers.
In 'Twintig gedichten om naar buiten te gaan' wordt de kleine, beschermde
omgeving van een klein kind verkend. Over de wind gaat het, en over met
blote voeten in het gras; over een vis in de vijver en een meisje in de
wei. 'Twintig gedichten om binnen te blijven' roepen een al even veilig
binnenskamers universum op. Leendert Witvliet schrijft doorgaans voor jongeren
en dat publiek ligt hem blijkbaar beter. Zijn talent om in simpele woorden
en beelden prachtige natuur- en andere impressies op te roepen, kon hij
hier moeilijker laten gelden. Vaak blijft het bij wat aardig gerijmel zonder
veel ritme en verhaalinhoud. Als het een enkele keer wat breedvoeriger
wordt, klinkt het meteen beter. De grappige zwart-wittekeningen en collages
van Geert Vervaeke, vaak origineel vormgegeven, maken een en ander goed.
In de bundel Het is een straf als je zo mooi moet zijn als ik werden
vijfentwintig liedjesteksten verzameld die dichter-tekenaar Ted van Lieshout
schreef voor het Nederlandse kinderprogramma Het Klokhuis.
Enkele ervan verschenen
eerder al in andere bundels. Van Lieshout komt vaak geestig uit de hoek.
De teksten zitten erg goed en ritmisch in elkaar. Een Friese cowboy verlangt
naar een eenvoudig boerenleven:
"Mocht ik eenmaal
leven, / ook al was het maar voor even, / op klompen zompen
door de wei." Maar voor wie, zoals hij, met sporen aan geboren is,
"met een lasso en een hoed, / (...) komt het nooit meer goed."
Doorgaans
klinkt het hier allemaal nogal luchtig, heel anders dus dan wat je van
Van Lieshout gewend bent. Vaak worden dialogen gevoerd en refreinen ingelast,
zoals dat in liedjes gaat. Toch zit er ook veel ontroerends in de bundel.
In 'Cassette' bijvoorbeeld (eerder gepubliceerd in Begin een torentje
van niks), waar de verteller het heeft over cassettebandjes, op zolder
gevonden, met de stem van zijn dode vader: "Ik ben verbaasd dat een cassette
heeft onthouden / dat hij ademhaalde, zong en heeft gepraat." En
verder:
"Het valt me op dat
hij een heel klein beetje sliste. / Toch gek, dat heb ik toen hij
leefde nooit gehoord." Prachtig is 'De moeder met de gouden tand', over
de fascinatie van een kleine jongen voor de gouden tand die de Surinaamse
moeder van een klasgenootje in haar mond had zitten. Die maakte haar heel
bijzonder op dat vertrouwde schoolplein.
Groot is de ontnuchtering, jaren later: "De moeder met de gouden tand,
de trouwste van het plein, / die had haar tand verkocht om een beetje
meer als wij te zijn. / Wij zagen toen voor 't eerst, we zagen het
niet eerder in / die moeder zonder gouden tand, hé,
was een negerin." Ook in deze teksten blijft van Lieshout een toegankelijke
taal en stijl hanteren, op maat van jonge lezers en authentiek van toon.
Jammer alleen dat er geen muziek bij zit. Die heb je hierbij soms wel nodig.
Uitzonderlijk is dat Van Lieshout niet zelf illustreerde, maar het tekenwerk
overliet aan André Sollie. De royale zwart-wittekeningen in typische
Sollie-stijl geven de teksten soms een eigen interpretatie en verwijzen
hier en daar naar het tekenwerk van de schrijver. Erg vernieuwend zien
ze er overigens niet uit.
In de bundels Betrap me en Bijna alle sleutels verraste Edward
van de Vendel met een heel eigen, nieuw geluid: gedichten die jonge lezers
ernstig nemen en die tegelijk bevattelijk en herkenbaar blijven. Aanhalingstekens,
een prachtig uitgegeven nieuwe bundel, is anders. Er zijn vier in thematiek
en toegankelijkheid erg uiteenlopende cycli. In 'Oude handen' zitten vijf
gedichten over grootouders: over handen als reliefkaarten van de basisschool,
over liefde die kan duren, over doodgaan ook. In het gedicht 'Som', het
geslaagdste van de cyclus, wil de jonge verteller zijn net overleden oma
terughalen door al zijn "nieuwerwetsigheid" naast haar hoofd uit te stallen:
discman, scootersleutels, floppy's (ongeformatteerd) en gsm. Een naïef
inhaalmanoeuver op de tijd in een mooi beeld gegoten.
Zes gedichten in 'Vaders van goud' geven commentaar bij een eigen interpretatie
bij evenveel schilderijen van grote meesters (Vermeer, Titiaan, Manet...).
K. Schippers deed al eerder zoiets in 's Nachts op het dak (Querido),
en dat leverde interessante en vaak amusante observaties op die kinderen
helpen beter te kijken.
Het mooie gedicht
'Ballast' laat je ook met andere ogen kijken naar De allegorie van de
schilderkunst van Johannes Vermeer: "De schilder draagt haar beeld
/ naar binnen: voor onze ogen worden / linnen netvliezen /
gedraaid." De andere vijf zijn minder overtuigend en wel eens irritant
artificieel.
Een overdaad aan min of meer vergezochte spitsvondigheden ook in de zes
'Insectensport' gedichten. In 'Schoonspringen' bijvoorbeeld: "Zijn
lichaam aait / een aantal bochten in de lucht, / voordat
hij langs een vraagteken / het bad in zucht - heeft water ook
een gat - / dat lijkt de vraag te zijn die hij wil stellen." Garmisch-Partenkirchen
en schansspringen als metafoor voor een levensloop is dan weer goed gevonden
en verdicht, maar krijgt jammer genoeg een melige en overbodige pointe.
De laatste cyclus, 'Aanhalingstekens', bevat een reeks homo-erotische gedichten
voor-de-jeugd. Je kan je afvragen aan wie dit vaak flauwe en puberale gekoketteer
besteed kan zijn? Een enkele keer word je als lezer gecharmeerd door een
aardige taalvondst, zoals bijvoorbeeld: "maar zachtjes met mijn blikken
/ langs zijn rug gestreken, / om zijn schouderbladen,
die wel / komma's leken, / nee, / aanhalingstekens."
Op enkele mooie verzen na is deze bundel me al te veel uitsloverig "parlando".
Annemie
Leysen
Ted
van Lieshout
André Sollie (illustr.)
Het
is een straf als je zo mooi moet zijn als ik
Leopold, Amsterdam, 550 fr.
André
Sollie
Erika Cotteleer (ill.)
En
alles is echt waar
De Eenhoorn, Wielsbeke
vanaf 2 jaar.
Leendert
Witvliet
Geert Vervaeke (ill.)
Binnen
en buiten
Querido, Amsterdam, 500 fr.
vanaf 4 jaar.
Edward
van de Vendel
Aanhalingstekens
Querido, Amsterdam, 570 fr.
vanaf 12 jaar.
Copyright
©
20 september 2000.