Zesenveertig
boeken heeft hij ondertussen geschreven. Toch kan Marc de Bel het aantal
bekroningen voor zijn werk door uit volwassenen samengestelde jury's nog
steeds op de vingers van nul handen tellen. Steekt hem dat niet?
Zijn boeken hebben dan ook alles in huis om een jong publiek te bekoren.
De thema's zijn vaak geplukt uit de actualiteit: kindermishandeling en
-prostitutie, de hormonenmaffia, milieuverloedering, zwarte magie... Er
wordt druk gevloekt en gepest en de winden zijn niet van de lucht. De vaak
melige kolder en het populaire taalgebruik zijn op kinderen toegesneden.
De helden zijn rebelse milieufanaten of avontuurlijke speurders die het
opnemen tegen kwaadaardige volwassenen. Alleen volbloed fantasten an anarchistische
dromers krijgen respijt. Ook in het VBVB-boekenweekgeschenk Pinkie
en de Kwietenkoning is de vader een aardige, overjarige hippie
met een circus- en een bajesverleden, die altijd om geld verlegen zit.
De
Boeboeks bevolken een reeks populaire boeken voor jongere lezers. Het zijn
onbestemde, groene, zwartharige creatuurtjes die acht jaar geleden op een
zwoele zomeravond opdoken op de tuintafel van Marc de Bel den zijn echtgenote
Mie Buur. Piepel en Soeza vertellen hun verhalen, Marc schrijft ze op en
Mie tekent ze uit. Een onwaarschijnlijk verhaal, waar de schrijver niettemin
rotsvast in lijkt te geloven. En dan is er zijn mythische open fontanel.
Op zijn elfde viel De Bel uit een boomhut en aan die val hield hij als
bij wonder een gescheurde fontanel over die de aanstormende verhalen toegang
verleent tot zijn hoofd. Zo komt het ook dat hij dat jongetje van elf gebleven
is. Op mijn lacherige vraag of hij dat nu allemaal echt gelooft en of een
en ander ook medisch is vastgesteld, komt een formeel antwoord.
"Zo
is het echt. En nee, dat is nooit medisch vastgesteld, maar als dat zou
gebeuren, dan zou het meteen waar blijken. Ik krijg ideeën, fantasie,
verbeelding binnen via mijn fontanel en ik laat die dan ontkiemen in de
composthoop die in mijn hoofd zit. Die verhalen zijn als zaadjes. Sommige
groeien heel snel en andere hebben jaren nodig. Ik zal nooit iets forceren,
het is als watching the river flow. Die ideeën kristalliseren
dan ergens tot een apart verhaal met eigen figuren en intriges. Pas dan
ga ik aftappen en opschrijven.
"Ik weet dus nooit vooraf hoe een verhaal er zal uitzien of hoe het afloopt.
Het overkomt me allemaal. Vroeger dacht ik dat ik die verhalen zelf verzon.
Nu niet meer. Ik zet ze gewoon op papier. Ik gebruik de term 'medium' niet
graag, dat riekt naar New Age - gezwam. Maar toch. Die verhalen zijn er
al. Net zoals de klei waar iemand een pot mee maakt er al is. Of vergelijk
het met de alambiek waarmee calvados gedistilleerd wordt in Normandië.
Het kruiden en het op smaak brengen, dat doe ik zelf met wat kinderen mij
vertellen, schrijven of telefoneren en met mijn eigen jeugdherinneringen.
Ik hou mijn vinger aan de kinderpols. Door mijn fanmail weet ik heel goed
waar kinderen mee bezig zijn, wat hen boeit, wat ze grappig, spannend,
keinijg of treurig vinden."
Intussen
wordt druk aan de populariteit van Marc de Bel gewerkt. De Belhamelclub
wint elke dag vele zieltjes bij via een krantje en een website. De Boeboeks
worden als knuffels, op stickers en sleutelhangers vereeuwigd en het Platform
Streekontwikkeling van het Meetjesland diende een project in voor een Boeboeksspeelbos
of een Marc de Bel Pretpark. Onderhandelingen met Noorwegen over een internationale
verspreiding van de Boeboeks zijn volop aan de gang.