Geen eindeloos geduld

Mijn kleine hond BaasjeEen mooi Deens boekje van een zekere Thomas Winding bereikte ons taalgebied. Het is de eerste keer dat hij in het Nederlands wordt uitgegeven en het boekje mag er wezen. De eerste regels droppen je al midden in een heel persoonlijke stijl, die van een onwaarschijnlijke eenvoud getuigt.
   Op een dag kreeg ik bezoek van een kleine hond die zei dat hij graag bij me wilde wonen.
   'Dat is niet zo'n goed idee,' zei ik.
   'Ja, het is wel een goed idee,' zei de hond, 'want dan kunnen we 's avonds gezellig bij elkaar zitten. En als je wilt, mag je me Baasje noemen.'
Er wordt nog wat heen en weer gepraat. De ikpersoon vindt het bijvoorbeeld beter dat Baasje hondenvrienden zoekt, maar de hond heeft het laatste woord. Hij trekt in bij zijn vriend en wordt geliefd. De verteller heeft allerlei goede voornemens en probeert Baasje manieren te leren. Maar Baasje blijkt verwend en eigenwijs te zijn en een grote mond op te zetten. Voortdurend zijn er discussies waarom hondjes niet op de bank of in bed horen te liggen. Het eindigt er steevast mee dat Baasje zich toch op de plek nestelt die hij zelf kiest. Baasje wil niet aan de lijn lopen en eet het liefst uit het bord van zijn baasje. De verteller bindt hem ten slotte een servet voor en laat Baasje mee aan tafel zitten. Niet dat het iets helpt, maar hij vergeeft zijn hondje alles. "Baasje is mijn lieve kleine vriendje," besluit hij steeds vertederd.
   Baasje wil elke dag verhaaltjes horen. Net als het gevlekte hondje wordt de lezer van het ene sprookje naar het andere gevoerd. Het zijn klassieke westerse en Afrikaanse dierenverhalen, zoals dat waarin de kleine muis de olifant en de tijger te slim af is, moraliserende sprookjes over een rijke naIeve koopman die van een vos wat denkt te kunnen leren, of over een andere koopman die zijn dochter verkoopt. Mensenverhalen, noemt Baasje ze. Omdat ze meestal over domme mensen gaan die bij de neus worden genomen door dieren. Dieren in dierenverhalen zijn niet lief voor elkaar, en daar stelt Baasje zich niet mee tevreden. "Staan de kranten niet vol met verhalen over mensen die van elkaar stelen, tegen elkaar liegen en oorlog tegen elkaar voeren? (...) De mensen zijn daar dol op en geloven dat wij dieren net zo slecht zijn."
   De verhaaltjes, die zoals het hoort steevast beginnen met 'er was eens', vormen samen het boek. Het samenwonen van hondje en man is de rode draad. Actie en avontuur is er alleen in de sprookjes; man en hond beleven niets ophefmakends en gaan nauwelijks de deur uit. Tussen de sprookjes door spinnen zich pittige dialogen tussen man en hond af, dialogen als pingpongspelletjes, intelligente welles-nietesgesprekjes. Zoals wanneer de verteller bezoek zal krijgen. Baasje hoort iets en begint als een woedende waakhond te blaffen.
Illustratie Mijn zusje is een monster   'Wat is er?' vraag ik.
   'Misschien staat er iemand voor de deur,' zegt hij.
   'En als er niemand is?'
   'Dan hoeft er ook niemand bang te worden,' zegt Baasje.
   'Maar ik heb je toch gezegd dat ik geen waakhond wil hebben,' zeg ik. 'Je mag niet op zo'n manier tekeergaan!'
   'Ook niet als ik maar een kleine hond ben die bang wordt als er buiten in het donker iemand voor het huis loopt?' vraagt Baasje.
   'Loopt er dan iemand?'
   'Dat zeg ik niet, maar het klinkt alsof er iemand loopt.'
Mijn kleine hond Baasje kreeg tussen haakjes de ondertitel en andere dieren mee. Terecht, want je krijgt het hartverwarmende, grappige contact tussen een man en hond, en tegelijk een leger aan dieren in sprookjes. Baasjes hooghartige opmerkingen over die sprookjes zijn de moeite waard en stemmen tot nadenken. Het is een ode aan de hond en een eerbetoon aan het traditionele 'er was eens'-sprookje. De sprookjes van de gebroeders Grimm en anderen moeten dringend van de zolder gehaald worden en een plek in de boekenkast krijgen.

Mijn zusje is een monsterHeel wat anders is Martha Heesens nieuwe boek Mijn zusje is een monster. Heesen kruipt in haar boeken altijd in de huid van een bijzonder kind en die vermomming werkt uitstekend. Meestal gaat het over allenige kinderen van een jaar of tien die zich verbonden voelen met een vorige generatie: in plaats van leeftijdgenootjes hebben ze een oude man of vrouw als vriend, of ze voelen zich pas helemaal thuis in een oud huis met geschiedenis.
   Dit keer is het uitgangspunt anders. Er zijn liefhebbende ouders in het spel. Dat moet wel, want het zusje waarvan sprake in de titel is inderdaad een wat men noemt een 'moeilijk kind'. En dat neemt monsterlijke proporties aan. Het zusje heet Neeltje, en Stella vertelt over haar. Neeltje is een gesloten, heel intelligent kind waar niemand iets van snapt. Ze raakt snel overstuur van onzichtbare dingen, reageert als een duivel uit een doosje op gewone gebeurtenissen, wil niets wat een ander haar vraagt te doen. Neeltje treitert, liegt, scheldt en neem iedereen kwaadaardig bij de neus. Ze brult als iets niet mag, slaat en schopt om zich heen. Het boek gaat over hoe volwassenen en kinderen haar aanpakken. Over hoe goed Stella haar zusje kent, en hoe ze al op voorhand aanvoelt dat het weer eens helemaal mis zal gaan. Meer dan eens is de geduldige oudere zus de dupe van Neeltjes venijn. Stella doet erg haar best maar wordt het, net als haar oververmoeide en tot de wanhoop gedreven ouders, kotsbeu.
   Stella probeert haar zusje op haar eigen manier te temmen. Ouders en juffen slagen er niet in; Stella doet het op haar manier. Een goed begin is alvast dat Neeltje af en toe heel erg blij is dat ze flink is geweest, heel even, of niet gebruld heeft, vijf minuten. Als dit boek uit is, voel je de vermoeidheid in je hele lijf. Zelfs op papier slorpt Neeltje je als lezer helemaal op. Mijn zusje is een monster is een schitterend relaas over het einde van een eindeloos geduld. Het hele boek is een uitputtende slag, waarin uiteindelijk gewoon de sterkste triomfeert.

Belle Kuijken

Thomas Winding
Mijn kleine hond Baasje
Leopold, Amsterdam, 61 p., 550 fr.
vanaf 9 jaar.

Martha Heesen
Sylvia Weve (illustraties)
Mijn zusje is een monster
Querido, Amsterdam, 107 p., 500 fr.
vanaf 10 jaar.




TerugCopyright ©  De  Morgen                     31 mei 2000.



<plaintext>