Woorden staan te dringen

Illustratie Wim HofmanNa het feestgedruis van de Jeugdboekenweek even de stilte van de poëzie opgezocht. Van Daniel Billiet, bijvoorbeeld, sinds jaren een gedreven promotor van de jeugdpoëzie. In eerdere bundels al toonde Billiet zich een geëngageerd dichter, die maatschappelijke, politieke en milieuproblemen graag in zijn gedichten laat doorklinken. In zijn nieuwste bundel, Moenie worry nie, is dat niet anders. De Zuid-Afrikaanse titel mag dan wel suggereren dat het allemaal nogal meevalt in de wereld, de gedichten vertellen vaak minder rooskleurige verhalen. Billiet zwierf in 1996 en 1997 rond in Namibië en Zuid-Afrika. In een tiental gedichten geeft hij zijn daar opgedane indrukken weer. In het gedicht 'Zuid-Afrika' geeft hij blanke schuldgevoelens over zwarte armoede weer: "Elke dag staat mijn witte huid / terecht". Voor 'Koffiepauze' werd Billiet geïnspireerd door een tienjarige jongen die een gedicht voorlas in een zwarte school. Luchtiger klinkt  'Een baby in Etosha', een geestige observatie van een baby-olifant in een Namibisch natuurpark, met typische Billiet-woordspelingen: "Hij heeft moeite om zijn vijf / poten onder de knie te krijgen. / Die slurf hangt /hem te ver de keel uit."
   Een bezoek aan de uitroeiingskampen van Auschwitz en Birkenau leverde vier aangrijpende gedichten op. In 'Het begin van de reis' wordt de naïeve onwetendheid van op transport gezette joden ontroerend gesuggereerd: "Tussen de sterren / op de grond / zeiden mama's: Speel niet te lang / met het water, want zovele / anderen willen ook nog / douchen."
   Het gedicht 'Tattoo Tommy' laat veel oorlogsellende tussen de regels vermoeden. Ordinaire tatoeages worden op een hoopje gegooid met het kampnummer op de arm van een stille, kalende, oude vrouw. Ook de Roemeense dictator Ceausescu en zijn lugubere kapsones worden op de korrel genomen. De ingebouwde tegenstelling in dit gedicht maakt het helemaal schrijnend. Ook gewone onderwerpen worden door Billiet verdicht in deze overigens goed gedoseerde bundel.
Illustratie Wim Hofman   In een aantal mooie wintergedichten, telkens in een andere toonaard gezet, is de dichter hier, bij mijn weten voor het eerst, als een bedaarde, ingetogen natuurbeschouwer aan het woord. Het anekdotische 'Winter in de dorpskroeg' roept rechttoe rechtaan een plastisch beel op van een oude man bij een open haard. Een mooie, herkenbare impressie. In 'Winter duurt een moeder lang' zitten dan weer sprekende beelden: "Het bladgoud van de herfst / wordt door de bomen uitgewuifd / een winter lang." Prille verliefdheden en rijpere liefdes worden vaak verrassend geëvoceerd. Billiet laat in zijn gedichten het gewone erg bijzonder worden, door ogenschijnlijk onverbindbare dingen inventief naast elkaar te zetten. 'Zo'n zootje', over een lammergier in een dierentuinkooi, is zo'n gedicht: "Een vlieger weet meer van wind / en wolken dan deze gier / in een te enge kooi." In deze bundel laat Billiet zich heel wat minder cynisch en wrang kennen dan in zijn eerdere werk. Ook de soms opgeklopte woordengrapperij laat hij dit keer achterwege, zodat het geheel geloofwaardiger gaat klinken. Een aantal gedichten is wel minder toegankelijk voor onervaren poëzielezers. Goele Dewanckel bezorgde mooie, ingetogen zwartwit-illustraties bij de overigens prachtig verzorgde uitgave.
   Voor de nieuwe imprint Di-Vers van uitgeverij Zirkoon (i.s.m. Bakermat) stelde Daniel Billiet ook een interessante bloemlezing samen. In Kinderen natuurlijk toegelaten (een aardige variant op de KNT-indicatie bij films) verzamelde hij achtenveertig gedichten rond twaalf kinderrechten, zoals die uitvoeriger in het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind staan geformuleerd. Toepasselijke gedichten van onder anderen Ted van Lieshout, Willem Wilmink, Theo Olthuis, Leendert Witvliet, Johanna Kruit en André Sollie illustreren waar kinderen zoal recht op hebben. Di-Vers lijkt me overigens een lovenswaardig initiatief, dat dichters voor de jeugd een eigen podium kan geven. In de eerste, verzorgd uitgegeven serie zitten benevens de bloemlezing over kinderrechten ook bundels van Frank Eerhart en Bas Rompa én een wat bitter klinkende verzameling moedergedichten van Daniel Billiet, De hemel heb je al.
Wie weet nog waar we zijn   Van de Zeeuwse dichteres Johanna Kruit verscheen Wie weet nog waar we zijn? Alweer een lust voor het oog, dit boekje, met intrigerende zwartwit-tekeningen van Wim Hofman, die de mysterieuze sfeer van de bundel perfect illustreren.
   Het openingsgedicht 'Een dichter' vat de poëtica van Kruit goed samen: "woorden bij elkaar / die zo tezamen komen / als beelden doen in dromen". En nog: "zijn woorden staan te dringen / om maar te mogen zingen". Grote vragen over het leven en onbestemde toekomst, over wat was en wat komen moet, daarover gaat haast elk gedicht. Illustratie Wim HofmanVerwarring en bange eenzaamheid zijn de grote emoties in deze bundel. Het klinkt hier heel wat minder luchtig en vrolijk dan in de gedichten van Johanna Kruit. De zon, de maan, de sterren en de wilde winden zijn de vaste protagonisten, die alles lijken te bepalen. Er is veel bedreigende nacht en donkerte, veel storm en regen. Alleen dromen kunnen soelaas bieden. In 'Soms' bijvoorbeeld: "Soms zijn er witte plekken in een droom. / Misschien dat daar wel stille vlinders zweven. / Al weet je niet vanwaar zo'n vlinder komt." Het thema van een verdwenen kind of zusje loopt als een rode draad door de gedichten. Johanna Kruit creëert hier een beklemmende geheimzinnigheid. Op de vele vragen komt nooit een antwoord. Wie weet nog waar we zijn? Of: heeft het te maken met wat je graag wilt? Of nog: is alles straks dan weer gewoon? Het moeten allemaal raadsels blijven.
   Deze Poëzie moet je wel hardop zeggen, of beter nog, zingen. Ze klinkt hypnotiserend melodieus en repetitief door het zangerige ritme, de vele herhalingen, de meeslepende rijmen. Gedichten als deze kunnen kinderen moeiteloos binnenleiden in de betovering van taal, klank en melodie. En dat is heel bijzonder.
Annemie Leysen

Daniel Billiet
illustraties Goele Dewanckel
Moenie worry nie.
Gedichten 1997-1999
Averbode, 61 p., 412 fr.
vanaf 13 jaar.

Daniel Billiet
(samenstelling)
Kinderen natuurlijk toegelaten.
Een bloemlezing van gedichten over kinderrechten
Di-Vers, Amsterdam, 92 p., 499 fr.
vanaf 10 jaar.

Johanna Kruit
illustraties Wim Hofman
Wie weet nog waar we zijn?
Leopold, Amsterdam, 40 p., 599 fr.
vanaf 11 jaar.





TerugCopyright ©  De  Morgen                     5 april 2000.



<plaintext>