Een
hoofd vol kortsluitingen
"Ik
word wakker en voel de veertjes in mijn hoofd heen en weer springen, alsof
ik midden in een flipperspel zit, en ik het balletje ben. Ik schiet mijn
bed uit en ren naar de keuken, waar ik tegen alles aanbots, tot ik bij
toeval een sneetje brood van het aanrecht kan grissen. Ik spring vrolijk
van de ene stoelzitting op de andere alsof het lichtgevende stootkussens
zijn, en dan vlieg ik de gang op en de badkamer in, waar ik een poging
onderneem om mijn tanden te poetsen. Meestal krijg ik alleen mijn lippen
en mijn kin gepoetst." Zo gaat het nog even door tot Joeys mama hem komt
redden en een pil in zijn mond propt.
Dit
lezen, met dezelfde snelheid als waarmee Joey kleine en grote ongelukken
begaat, en beseffen dat het ook echt bestaat, doet je naderhand even stilstaan.
Van dit boek moet je loskomen, want Jack Gantos smijt je zonder pardon
in een maalstroom van een jongen. "Joey heeft ADHD en medicijnen die niet
deugen," las ik op de achterflap. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen,
maar in het hele boek staat nergens wat ADHD betekent. Het staat voor Attention
deficit hyperactivity disorder, leer ik op het internet. Natuurlijk
kom je dat wel te weten als je enkele bladzijden in Joey slikte zijn
sleutel in gelezen hebt. Letterlijk wordt dit angstaanjagende vierletterwoord
niet verklaard, maar het wordt vanzelf wel duidelijk. Vanaf de eerste bladzijde
schudt en wiebelt Joey, trilt hij op z'n benen, vliegen z'n vuisten de
verkeerde kant op, verzint hij onnozele grappen die niet horen en moet
daar zelf het hardst om lachen. "Eén ding lijdt geen twijfel: mijn
hoofd zit supervol kortsluitingen." Je zou voor minder.
Joey
werd toen hij klein was achtergelaten door zijn moeder en aan de zotte
zorgen van zijn grootmoeder overgelaten. Zij was al even onvoorspelbaar
en nerveus als Joey. Het enige verschil was dat oma een "superactieve tong"
heeft, in tegenstelling tot Joey, wiens voeten niet stil konden blijven.
Zotte oma zette gekke kleinzoon op een dag in de koelkast omdat ze het
niet meer kon aanzien dat hij niet kon stilzitten. Dat ging zo: " 'Nu ga
je daarin zitten en je blijft erin zitten,' zei ze terwijl de fles met
ketchup nog rond haar voeten draaide als een kegel. Ik werd op slag kalm.
Ik keek haar aan en zag dat haar kunstgebit naar een kant van haar mond
geschoven was. Het klapperde alsof het dadelijk langs haar wang omhoog
zou klimmen en haar eigen oor zou afbijten." Omdat Joey bleef weigeren
(en ondertussen van de ene voet op de andere sprong), liep oma weg, en
ze vonden alleen maar een schoen terug op het rioolrooster. Joeys moeder
kwam terug en ze maakte een eind aan het hoofdstuk door nuchter op te merken
dat oma waarschijnlijk door het riooltje was verdwenen, omdat ze zo pinnig
was geworden.
Joeys
leven verbetert aanzienlijk met de terugkeer van z'n moeder. De liefde
tussen beiden is groot ("Ze nam me in haar armen en begroef mijn gezicht
onder de zoenen. Ik moest mijn ogen dichtdoen, anders had ze recht op mijn
oogbollen gezoend"), en meestal is ze in staat hem op te vangen als hij
weer eens een slechte dag heeft. Dat wil zeggen: als hij zijn vingers slijpt
in plaats van een potlood, zijn sleutel per ongeluk inslikt, of vanaf het
dakgebinte van een hooizolder naar beneden duikt. Net als iedereen moet
Joey op veel momenten keuzen maken. Hij maakt vaak de verkeerde en loopt
met z'n kop tegen de muur. Joey is een inbrave jongen en bezeert meestal
alleen zichzelf. Hij is vaste klant bij de schooldokter, en bij haar is
hij graag. "Al ben ik dan een moeilijk kind, ik ben toch ook heel bijzonder
en verstandig. Dat zegt iedereen," bedenkt Joey. Hij wil zich bewijzen.
Hij doet zo erg zijn best dat het ongeluk niet uit kan blijven. Steeds
opnieuw. Enkele keren belandt hij in een bijzondere klas met zwaar gehandicapte
kinderen. Daar kruipt hij in een grote stoel, doet konijnenpantoffels aan
en leest. Hij kan er zelfs in slaap vallen.
Met
Joey slikte zijn sleutel in speelde Jack Gantos het klaar om zelfs
zijn taal hyperactief te maken. En op haar beurt is vertaalster Griet Claerhout
daar wonderwel in geslaagd. Absoluut een pareltje van verfrissende humor,
een puike verwoording van diepgevoeld leed, een mooi portret van een verwarde
geest.
Heel wat anders is het kleine boekje over Guido en Marco. Marco is gestorven
toen hij vijf was en Guido zal een jaar of acht, negen zijn. Hij ontmoet
zijn broertje soms in de slaapkamer. Kleine Marco is niet meer dezelfde:
hij is geen pestjoch meer, maar een wijs ventje dat ouder lijkt. Hij help
Guido met zijn verdriet én met zijn bootje-in-een-fles. Guido vindt
het vreemd en vraagt zich af of zijn ouders soms ook bezoek krijgen van
het broertje. Blijkt van wel, en nadat Marco iedereen over het eerste verdriet
heen heeft geholpen, kan hij voorgoed verdwijnen.
Zo ongeveer
gaat het simpele, erg gevoelige verhaal van de Italiaanse Beatrice Masini.
Schaduwbroer heet het en het is een 'helpboekje'. Min of meer verdienstelijke
boekjes van dat allure, met hetzelfde pijnlijke onderwerp, verschijnen
met de regelmaat van een klok. Ze zijn geschreven om kinderen in soortgelijke
omstandigheden te steunen. Heel mooi, maar verdomd moeilijk om er niet
tranerig of moralistisch bij te worden. Schaduwbroer is net iets
te halfzacht. Masini stopte er heel wat eigen emotionaliteit in, maar achter
die wollige laag is niet veel meer te vinden. Toch zal Schaduwbroer
jonge lezers wel meeslepen en kan het wellicht een steun zijn voor verdrietige
kinderen en hun ouders. Maar het had wel niet iets beter mogen zijn.
Belle
Kuijken
Jack
Gantos
Joey
slikte zijn sleutel in
Lannoo, Tielt, 175 p., 450 fr.
Beatrice
Masini
Schaduwbroer
Lannoo, Tielt, 70 p., 398 fr.
Copyright
©
2 februari 2000.