Improvisaties op een thema

Rattenvanger   In haar nieuwe jongerenroman Rattenvanger laat Karlijn Stoffels (Mosje en Reizele, 1996) een bijzonder meisje aan het woord. Lori is veertien en heeft het, zo te horen, allemaal wel bekeken. Ze woont alleen, in een onderkomen Amsterdams pand, met haar manisch-depressieve moeder. Tussen periodes van totale inertie door, krijgt die geregeld aanvallen van ongecontroleerde dadendrang. Dan verft ze bijvoorbeeld het hele huis, lijsten en posters, inbegrepen, helblauw. Of ze slaat het televisietoestel aan diggelen, want, zoals nogal wat andere gevaarlijke "instanties" , een vermeende vijand en een ongewenste indringer. Lori moet het allemaal zelf in de gaten houden: neemt haar moeder haar pillen? Is er nog wat te eten in huis? Hoe zit het met de financiën? Haar blitse vader Tim, een vlotte, drukke zakenman trok eruit. Ontmoetingen met zijn dochter gebeuren tijdens korte tussenlandingen op de luchthaven, waarbij Lori zich "inbundig" gedraagt. Naar zijn ex informeert hij dan met  "de Stadionweg" (het adres van moeder en dochter). Zijn vaderrol beperkt zich voorts tot de obligate kerst- en sinterklaascadeaus, nu en dan een korte vakantie met zijn dochter en geregelde brieven uit verre landen. Als een nieuwe vriendin zich aandient, komen ook die zeldzame contacten in het gedrang.
   Op haar vroegere school wist iedereen hoe het bij Lori thuis gesteld was. Daar had haar "gekke" moeder in een vlaag van waanzin tijdens een kerstfeest voor gezorgd. De pesterijen bleven niet uit. Lori houdt haar penibele privésfeer dan ook handig en angstvallig verborgen voor leraren en studenten op haar nieuwe school (eerder "een onderwijsmuseum" in haar ogen). Alleen met Silvester en Hakim, twee migrantenjongens, heeft ze joviale, en dus veilige, kameraadschap.
   Geen hartsvriendin dus om bij uit te huilen. Op therapeuten die grote gevoelens willen lospeuteren heeft ze het al helemaal niet begrepen. Door cynische stoerdoenerij en schampere opmerkingen houdt Lori haar omgeving en haar eigen emoties op een veilige afstand. Karlijn Stoffels laat haar vertelster figuurlijk, en een enkele keer ook letterlijk, wild om zich heen schoppen. Flauwekul en tranerig zelfbeklag zijn nooit aan de orde. Het kost je als lezer dan ook een paar hoofdstukken om een glimp op te vangen van de ware Lori: te jong, te onzeker en te allenig om de hopeloze knoeiboel om haar heen en het eigen moeilijke opgroeien aan te kunnen. "Mijn hoofd is een pan vol gekkensoep met een deksel erop," zegt Lori.
   Met de komst van Mark, nieuwe benedenbuurman en psychologiestudent ("aanstaande professor in de mafketelkunde") en met de nieuw aangeworven muziekdocent Iwan, wordt dat deksel er stukje bij beetje afgetild. Mark zorgt voor gezellige thee en lekker eten op zijn knusse bank en voor een professioneel luisterend oor. Iwan leert Lori hoe ze zich op de piano moet laten gaan en hoe improvisatie bevrijdender is dan de obligate studiestukken van haar pianolerares.
   Het thema van de Rattenvanger van Hamelen is de rode draad in het hele boek. De muziekproductie van de school, waarin Lori na veel gepraam piano speelt, is een adaptatie van De pijper met de pij, een oude partituur uit 1887. De diepere zin van het verhaal wordt door de deelnemende acteur en muzikanten druk becommentarieerd: wie laat hier wie in de steek, de hebberige ouders, de misleide kinderen? Rattenvanger Iwan lokt Lori dan weer met zijn liefde voor de muziek en met zijn enthousiasme over het talent van zijn pianiste uit haar verbeten isolement en roept onvermoede mogelijkheden in haar wakker. "Alle schroefjes en moertjes in mijn hoofd zijn losgetrild." Mark, ook een rattenvanger van formaat, initieert Lori in de kunst van de liefde en zorgt meteen voor complete verwarring: onweerstaanbare aantrekking en absolute weerzin tegelijk voor dat vreemde en te volwassen mannenlijf. "Mijn lichaam is volwassen en het wil iets dat ik niet wil," en nog:
"Dit is dus liefde, een sinterklaassurprise van oude kranten en stijfsel, zonder cadeautje erin." De geheime Lolita-verhouding dreigt Lori ten slotte helemaal te isoleren. Een strategisch en nuchter uitgekiend strijdplan brengt haar terug in de alledaagse, "normale" wereld en levert haar voor het eerst een vriendin op, met chips eten, strips lezen, kamperen en onuitgesproken begrip zoals dat met vriendinnen gaat. ("Vriendschap, daar heb ik niet voor geleerd").
   In zeventien hoofdstukken pelt Karlijn Stoffels zorgvuldig de ondoordringbare lagen van haar personage af, maar de kern laat ze - gelukkig maar - heel.
   Niets loop echt goed af. Lori's moeder blijft ziek. Alleen gunt Lori haar moeder die ziekte op het eind door de verlammende pillen door de wc te spoelen. Van het leven snapt Lori nog niet veel meer: "Niemand kan je leren hoe je moet leven. Hoe je dat in vredesnaam moet aanpakken. Ik heb geen idee. Ik kan maar één ding doen. Niet dat ik er goed in ben, maar ik heb tenminste geoefend.
Er zit niet veel anders op. Ik zal moeten improviseren."
   Karlijn Stoffels maakt van Rattenvanger een bijzonder boek: geloofwaardig door het ik-vertelstandpunt, knap geschreven in een schampere, cynische toon, met een snel ritme, met terloopse, geestige observaties en nuchtere zelfanalyses en met vlotte, zuinige dialogen.
Annemie Leysen

Karlijn Stoffels
Rattenvanger
Querido, Amsterdam, 137 p., 500 fr.
vanaf 12 jaar.



TerugCopyright ©  De  Morgen                     16 augustus 2000.



<plaintext>