Alle mensen heten Ik

Het boek van JanIk verheug mij. Ik verheug mij, omdat ik kinderboeken mag lezen, een genre dat het kind in mij aanspreekt en voedt, het kind in elk van ons heeft zo zijn hongertjes. Bovendien zijn kinderboeken zelden kleppers van drie- , vierhonderd bladzijden en valt de lectuur tegen - wat geregeld voorkomt - , dan heb je toch niet al te veel tijd verprutst.
   Ook verheug ik mij in verband met kinderboeken over het feit dat je ongewoon snel in het hart van die boeken zit, want veel van die boeken hebben alleen maar hart. Dat zie je goed in bijvoorbeeld Het boek van Jan, waarover ik u even wil onderhouden.
   Het boek van Jan is een prentending en indien je denkt dat de tekst je alles zal vertellen, heb je het al meteen mis, want de illustraties hebben zowat drie vierde van elke bladzijde veroverd en indien je dan denkt dat de illustraties je alles zullen vertellen, dan kom je ook bedrogen uit, want de tekst blinkt uit in kracht, essentie en bondigheid.
   Op deze manier:
Jan ging een boek schrijven over zichzelf.
Het moest een dik boek worden,
maar het begon dun.
In een schrift.
Jan schreef: Alle mensen heten Ik.
Hij dacht na.
En toen schreef hij: Ik ook.
Afbeelding uit Het boek van Jan   Zie, voor dat soort teksten val ik en ik ben blij dat ik alweer ben mogen vallen. Want meteen zit je in het hart van zo'n boekje, dat de stuwing ervan bepaalt en de toon en de stijlmiddelen - leve zo nu en dan de elliptische zin! - en de lichtheid en de mededeelzaamheid.
   Waarover Het boek van Jan gaat? Het gaat over Jan die dus een 'Ik' is en die bestaat, terwijl bestaan van het moeilijkste is dat er bestaat. Ook gaat het erover dat dingen en mensen gebeuren. "Elke dag gebeur ik," zegt Jan en hij zegt wel meer filosofische dingen, maar gelukkig op kinderniveau en zo boudweg dat je er schik in krijgt.
   In honderden kinderboeken komen net zoals in dit boek - van de hand van Harrie Geelen - papa's voor en mama's en poezen en vriendinnetjes, maar in honderden boeken verlaten die al te zelden hun banaliteit, terwijl ze hier, voor één keertje, in Jans kinderspel omtrent de essenties in zichzelf en in zijn omgeving betrokken worden op die essenties.
   Zei ik al dat Het boek van Jan licht is? Ja, dan herhaal ik het nog maar eens. Want bij Harrie Geelen is de in dit soort thema's inherente dreiging voor taaiheid en zwaar didactisch gedram met succes ontweken. En zo wordt Jan  een soort Casper-figuurtje met veel neus, weinig oog, nauwelijks mond, lijf en kleren en schoenen meer ruw kleurvak dan anatomische exactheid - het kind dat je zelf had gewild of dat vlak naast de deur had moeten wonen.
Pino en het Eenhoornplan   Helemaal anders is Pino, een creatie van Ann Geerinck in samenwerking met de Zeeuwse gemeente Oostburg, waar zee ligt en strand en held Pino, aan wie de grote vis Louiza vertelt over vervuiling, zal daar eens even, een twee drie, de vervuiling gaan aanpakken, gewoon in een handomdraai. Pino en het Eenhoornplan bulkt van het grote goede doel en van het kind als redder op terreinen en op plaatsen waar de volwassenen er een zootje van hebben gemaakt.
   Soms denk ik dat dit soort kinderhelden op stal is gezet. Maar telkens moet ik mijn hoop herzien. Gaan lezertjes, zo vraag ik mij af, nog op in dit soort reddingspamfletjes die ten onrechte als tekst en kunde worden voorgesteld? Waarschijnlijk niet. Maar het zwakke boek zal nog deze zomer worden versterkt doordat Oostburg een plein wil voorzien van heerlijk water, met daarin een bronzen Pino en een bronzen Louiza en interactieve toestanden, mooie dingen wellicht, maar ze maken het boek niet goed.
De Trippeltjes   Na het kinderproza, sterk en zwak, nog een uitsmijter poëzie. Niets zo moeilijk als kinderpoëzie en mij verbaast het niet als kinderen vragen waarom er gedichtjes moeten zijn, want ze zeggen wat te zeggen valt op zo'n rare manier. In De Trippeltjes van Mies Bouhuys, met tekeningen van Nicole de Cock, is dat een beetje anders, omdat één doorlopend verhaal wordt verteld, dat als vanzelfsprekend rijmt en dreunt. Op die manier krijgt de tekst een schwung die hij bij rijmloosheid en ontdreuning wel eens hard zou kunnen missen.
   De Trippeltjes is een berijmd verhaal van muizenkinderen in de winter en van verdwalen en van het gevaar voorbij de bekende grenzen. Maar het hapert niet, het wringt niet, het dwingt niet tot voortijdig sluiten van de boeken. Nee, het leest zo snel en flitst als muizen lopen.
 
Bert van Molle

Harrie Geelen
Het boek van Jan
Querido, Amsterdam, 25 p., 570 fr.
vanaf 6 jaar.

Ann Geerinck
Pino en het Eenhoornplan
De Eenhoorn, Wielsbeke, 36 p., 465 fr.
vanaf 4 jaar.

Mies Bouhuys
Nicole de Cock (illus.)

De Trippeltjes
Holland, Haarlem, 57 p., 398 fr.
vanaf 6 jaar.



TerugCopyright ©  De  Morgen                     30 juni 2000.



<plaintext>