Wie
dacht Sneeuwwitje te kennen of te denken dat er aan dit klassieke sprookje
niets meer toe te voegen valt, zal na het lezen van "Zwart als inkt" aardig
opkijken. Wim Hofman volgt wel de grote lijnen van het verhaal, maar elk
personage krijgt een stevige karakterschets waardoor ze mensen van vlees
en bloed worden. Van eendimensionale karikaturen (de inslechte, de goede,
de mooie, de schattige, de sluwe...) worden ze genuanceerde personen, waardoor
het verhaal natuurlijk veel complexer en boeiender wordt. Er zijn ijzingwekkende
passages te lezen: sommigen snijden diep in je hart zoals de gesprekken
van de moeder met haar baby en met zichzelf, andere ontroeren en vertederen:
de goede, maar onhandige bedoelingen van de dwergen, de briefjes die Sneeuwwitje
aan zichzelf schrijft. En alles is doorspekt met een zeer zwarte soort
humor. Doorheen het ganse boek zijn ook illustraties te vinden, van Hofman
zelf. Soms zijn het kleine stempeltjes, een soort symbolen, andere keren
zijn het echte pareltjes van linosneden. Net als de sfeer in het verhaal
staan ze enkel in rood en zwart afgedrukt. Zwart als het kwade en de dood,
rood als de liefde en het leven. Lezen! Bekroond met de Gouden Griffel
1998.

Gregie
de Mayer groeide in zijn laatste boeken uit tot iemand die verhalen schreef
waarmee hij zijn lezers even van hun apropos gooide. Op een eigenzinnige
manier schreef hij over pesten (Juul), filosoferen (De kooi), rivaliteit
(Niemand houdt ons tegen) en nu over het verlangen naar een kind in Manneke
van glas. Gregie werkte voor elk van die boeken samen met kunstenaars:
een fotograaf en een beeldhouwer/glasblazer, waardoor de beelden in het
boek heel onconventioneel werden. Deze samenwerking onderstreepte Gregies
dwarse ingesteldheid goed. Of deze artistieke aanpak het verhaal altijd
ten goede kwam, laat ik in het midden. In Manneke van glas nam Gregie een
glasblazer onder de arm. Samen creëerden ze een breekbare wereld waarin
de kinderwens centraal staat.

Sandra
is de opstellen-kampioen van de klas en dat niet alleen, ze is ook een
echt haantje-de-voorste. Farida is klein en schuchter en komt als nieuweling
in de klas van Sandra terecht. Ze kijkt niet echt uit naar die nieuwe school,
maar hoopt toch op een warm welkom. Wanneer Farida Sandra als opstellen-koningin
van de troon stoot begint de ellende pas goed. De pesterijen van Sandra
en enkele meelopers gaan van subtiel naar echt gemeen. Gelukkig neemt Tim,
een zittenblijver, het voor Farida op.
Het
taalgebruik van Didelez is erg clichématig en bombastisch: "Het
volgende ogenblik stond ze naast haar beschermengel. Ze legde haar fijne,
bruine hand op zijn gespierde bovenarm. Ze keek de grote jongen recht in
de ogen..." Ook de personages zijn erg zwart-wit neergezet: de schone,
blonde maar gemene Sandra, de kleine broze Farida en de stoere, maar niet
zo slimme Tim. Farida's vertrouwen in Tim is wel van een zeer goedgelovige
aard want na een paar weken vertrouwt ze hem al haar dagboek toe!
Toch
blijft hert verhaal overeind. Het is spannend en meeslepend en iedereen
heeft zo zijn reden om zijn gedrag te verklaren, waardoor het boek geloofwaardig
overkomt. Door het boek voor te lezen en voldoende te begeleiden, kan je
de clichévalkuilen wat relativeren en biedt er zich een boeiende
gespreksstof aan over een thema waar heel wat kinderen mee geconfronteerd
worden.