"Er
was eens een jongetje dat zo zoet was, zo zoet als een fondantje, een marsepeinen
aardappeltje, een koekje van honing en sukade, een roze schuimpje, een
slagroomtaartje, een ijsje, een toffee, een spekkie, een lolly. Dat jongetje
was zo zoet als een suikerhart." Zo begint het merkwaardige sinterklaasverhaal
van Imme Dros in het gelegenheidsboek Zwarte Piet, Wiedewiedewiet.
Het gaat over een ideaal jongetje, want "hij was ook sportief en grappig
en gezellig en hij kon geweldig voetballen. En hij was nooit te beroerd
om iemand te helpen." Zo elk jaar rond Sinterklaas heeft ons jongetje medelijden
met die Oude Sint, die maar in de kou staat te kloppen en te kloppen en
zachtjes te tikken tegen het raam. Hij neemt een besluit: als hij bij Sinterklaas
in Spanje gaat wonen, kan die oude goedheiligman rustig naar bed in een
goed hotel en zorgt hij wel mee met de pieten voor de pakjes. Omdat niemand
zijn idee ziet zitten bedenkt hij een plan. Alleen als je stout bent en
in de zak moet, kom je natuurlijk zonder vliegtuigticket in Spanje! Het
zoete jongetje doet heel erg zijn best: hij zegt lelijke woorden, gooit
een ruit in, verscheurt zijn schriften, maar niemand wil zien hoe stout
hij wel is. Tot Sinterklaas op bezoek komt in de klas...
Wat
zal Sinterklaas zoal door de schoorsteen laten glijden? Aangezien hij niet
alleen een kindervriend is maar ook een nauwe band heeft met het
paard, zal het eerste kinderboek van Kees van Kooten niet aan zijn aandacht
ontsnappen.
Het schaampaard gaat niet over een 'trippel trappel
op het dak'-paard, maar over een heel gewone oude merrie die na vele jaren
dienst een plekje krijgt in de wei van haar baas, mijnheer De Boer. Ze
zou een onbezorgd bestaan kunnen leiden, ware het niet dat ze zich schaamt
omdat ze midden op de wei, in het zicht van iedereen, moet staan 'ploffen':
"Wat zou jij voelen wanneer / kinderen elkaar voorspellen / hoeveel jij
gaat kakkerellen? / En geen tien maar honderd keer? / Dan lukt de boodschap
toch niet meer?" Na 800 verzen wordt haar droom, een eigen wc, vervuld,
dankzij de hulp van een bijdehante kauw en een lief klein meisje. Van Kooten
is aan het project begonnen op verzoek van kunstenaar Willem van Malsen,
die een reeks van merkwaardige prenten maakte voor Het schaampaard.
Hij
hanteert hierbij een heel bijzondere techniek: de déchirure,
in dit geval het snijden en scheuren van twintig op elkaar liggende vellen
gekleurd papier. Door minutieus vormen te snijden uit de verschillende
kleurlagen, komt Van Malsen tot een afbeelding die diepgang heeft. Het
is in feite het omgekeerde procédé van een collage, waarbij
je reliëf krijgt. Bij zoveel vakmanschap van de kunstenaar moest een
lang gedicht op rijm komen. Ik heb de oefening gedaan om het de bekende
stem van Kees van Kooten in gedachten zelf te horen voorlezen, en dat vergroot
de aardigheid.
Toch
denk ik dat het voor kinderen (6+) een moeilijk boek is, en niet alleen
vanwege de lengte. De taal van Van Kooten is zoals bekend origineel maar
ook een beetje hoogdravend. Met wat extra uitleg en een gedoseerd gebruik
is dat echter wel op te vangen, en kinderen die taalgevoelig zijn zullen
zich zeker verkneukelen in de woordspelingen. Ook het onderwerp spreekt
kleine kinderen aan, want rond zes, zeven jaar zijn velen onder hen bijzonder
drol-minded. Het schaampaard is vooral geschikt als voorleesboek
en vraagt wel wat talent van ma of pa. En een Engelse tongval, vooral in
de hilarische stukken waar de Engelssprekende kauw opduikt: "Heus: er hangt
geen dirty reuk aan, / maar die ballen from your billen / kan ik zonder
hulp niet tillen. / Dear, daar sjouw ik mij een breuk aan!"
Hoe
zou het eigenlijk zitten met de ballen from the billen van het paard van
Sinterklaas? Gaan die straks mee door de schouw of in de zak van Pieterbaas?
