Van Spookjes en sprookjes

Wie zelf op de kop staat, weet uit ervaring hoe de dingen op hun kop staan, wat tot onvermoede situaties en observaties aanleiding kan geven.
Het huis van Biels   Ik denk dat Lydia Rood een tijd op haar kop heeft gestaan. En meteen daarna heeft ze Het huis van Biels geschreven waarin Biels, die in feite Niels heet, van zijn oud-oma een huis heeft geërfd, waarin hij op papa-dag zijn vader ontvangt en op mama-dag zijn moeder, maar ze moeten zich wel gedragen of ze vliegen buiten.
   O zo afhankelijk zijn papa en mama, zo onderdanig, zo inschikkelijk. Anders vliegen ze buiten. Macht dus. Wie in het normale leven geen macht heeft, heeft ze in dit dwarse en toch gezellige boek van Lydia Rood wel.
   Bovendien is het geërfde huis volgestouwd met geheimen, die Biels alleen of in het gezelschap van schoolvriendjes kan ontdekken.
   Zo is bijvoorbeeld de blauwe jurk die de oud-oma op haar geschilderde portret draagt niet van verf, maar van echt textiel en Biels kan er zijn hand onder steken, wat absoluut niet hoort. En ter hoogte van de geschilderde knie zit een knopje en als je daarop duwt, schuift het schilderij weg, zodat er een geheime gang vrijkomt. Lees het vervolg in Het huis van Biels en verkneukel je. Want Lydia Rood weet op dit moment van haar schrijfcarrière zeer goed wat kinderen (en ook volwassenen) cool vinden en dat er grapjes moeten zijn en spanning en dat het geschrevene niet allemaal echt gebeurd moet zijn. Wat in Het huis van Biels staat is gegarandeerd niet echt gebeurd, maar juist daarom is het boeiend en roept het een lach op, plus vragen over wat er echt gebeurt in de relatie tussen kinderen en ouders.

Het huis van Biels begint met een scène waarin Biels op zoek gaat naar spoken.
   Spoken had Biels kunnen vinden in het nieuwe boekje van Jacques Duquennoy, een specialist in boekjes waaruit blijkt dat ook spoken ook maar mensen zijn. Zo is de hoofdfiguur Spookje in zijn nieuwste boek De operatie van Spookje voortdurend ziek en depressief en vol akelige symptomen. En er zal moeten worden geopereerd. Wat Jacques Duquennoy de kans geeft tot het tekenen van fletsgroene operatiezalen en fletsgroene chirurgen met grote zagen en dito messen.
   Blijkt dat binnenin Spookje de inwendige en biologische wekker is stilgevallen, en dat nota bene op het moment dat hij in het gezelschap van allerlei fitte spookvrienden een fikse nachtwandeling maakte.
   Telkens opnieuw levert deze Jacques Duquennoy prachtige zwart-wittekeningen af, waarbij het zwart-wit telkens wordt aangevuld met een andere overwegende kleur, al naar gelang van het onderwerp.
   En deze keer dus groen.
   En zoals steeds vermeldt de zeer pedagogische uitgeverij Clavis onder welk van haar trefwoorden haar uitgave ressorteert, namelijk onder 'spoken, operatie, ziekenhuis'.
   Wie iets vol esprit wil over spoken, operatie, ziekenhuis kan dus terecht bij De operatie van Spookje.

Vroem vroem... boemEn nu ik hier naast mij Vroem vroem... boem zie en hoor liggen, dringt langzaam de verbazing tot mij door over het feit dat zowat alle kinderen wild zijn van auto's en ander vroemend tuig, maar dat er toch zo weinig verhalen te vinden zijn waarin auto's en ander boemend tuig voorkomen. Was een auto in deze recensie-carrière van mij ooit hoofdpersonage? Ik denk van niet.
   Maakt Marita de Sterck dat goed met haar nieuwste boekje dat hier Vroem vroem... boem ligt te knetteren? Ik denk van niet.
   Want het hyperkineetje - of vergis ik mij - dat hier opdraaft en dat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat door en in en uit het huis vroemt, denkt waarschijnlijk wel aan gemotoriseerde toestanden, maar heeft alleen maar een driewielertje ter beschikking. Waarmee je ook terreur kunt zaaien. Waarmee je ook de trap af kunt denderen. Waarmee je ook een haag kunt doorboren.
   Meer dan het portret van motorengeknetter is Vroem vroem... boem het portret van het slag dreumesen die wel lijken geboren met wieltjes onder de billen en met mobiliteit hoog in het vaandel. Waarna ik met plezier overga op rustiger dingen, als daar zijn prinsessen met lange haren.

De prinses met de lange harenAnnemie van Haeringen, die ik nog ken van het mooie Onder water, boven water, heeft zopas een prinses met lange haren bij elkaar geschreven en getekend. Zo lang is het prinsessenhaar dat het groot en breed en zwart de hele dubbele eerste bladzijde vol kronkelt, terwijl het prinsesje zelf, klein en wit, slechts een vingerkootje groot is. Met zulk haar zal ze vast last krijgen.
   En inderdaad, vijf lakeien moeten het helpen dragen en negen dames moeten het in een ingehuurd zwembad inzepen en spoelen, wat veel geprik oplevert in de prinsessenogen.
   Weg dus met het lange, zwarte en lastige haar, ware het niet dat de vader en majesteit van het prinsesje zegt dat haar het kostbaarste sieraad is van de vrouw. Het zou mij verwonderen indien de prinses zou rebelleren. En indien ze geen oplossing zou vinden, waar zeker een man bij aan te pas komt.
   Ja, zo gaat dat, ook of vooral in sprookjes.
   Leve de sprookjes!
 

Bert van Molle

Lydia Rood en Annemarie van Haeringen
Het huis van Biels
Leopold

Jacques Duquennoy
De operatie van Spookje
Clavis

Marita de Sterck en Ingrid Godon
Vroem vroem... boem
Querido

Annemarie van Haeringen
De prinses met de lange haren
Leopold

TerugCopyright ©  De Morgen                   17 november 1999.