Ik denk dat Lydia Rood een tijd op haar kop heeft gestaan. En meteen daarna
heeft ze Het huis van Biels geschreven waarin Biels, die in feite
Niels heet, van zijn oud-oma een huis heeft geërfd, waarin hij op
papa-dag zijn vader ontvangt en op mama-dag zijn moeder, maar ze moeten
zich wel gedragen of ze vliegen buiten.
Het
huis van Biels begint met een scène waarin Biels op zoek gaat
naar spoken.
Spoken had Biels kunnen vinden in het nieuwe boekje van Jacques Duquennoy,
een specialist in boekjes waaruit blijkt dat ook spoken ook maar mensen
zijn. Zo is de hoofdfiguur Spookje in zijn nieuwste boek De operatie
van Spookje voortdurend ziek en depressief en vol akelige symptomen.
En er zal moeten worden geopereerd. Wat Jacques Duquennoy de kans geeft
tot het tekenen van fletsgroene operatiezalen en fletsgroene chirurgen
met grote zagen en dito messen.
Blijkt dat binnenin Spookje de inwendige en biologische wekker is stilgevallen,
en dat nota bene op het moment dat hij in het gezelschap van allerlei fitte
spookvrienden een fikse nachtwandeling maakte.
Telkens opnieuw levert deze Jacques Duquennoy prachtige zwart-wittekeningen
af, waarbij het zwart-wit telkens wordt aangevuld met een andere overwegende
kleur, al naar gelang van het onderwerp.
En deze keer dus groen.
En zoals steeds vermeldt de zeer pedagogische uitgeverij Clavis onder welk
van haar trefwoorden haar uitgave ressorteert, namelijk onder 'spoken,
operatie, ziekenhuis'.
Wie iets vol esprit wil over spoken, operatie, ziekenhuis kan dus terecht
bij De operatie van Spookje.
En
nu ik hier naast mij Vroem vroem... boem zie en hoor liggen, dringt
langzaam de verbazing tot mij door over het feit dat zowat alle kinderen
wild zijn van auto's en ander vroemend tuig, maar dat er toch zo weinig
verhalen te vinden zijn waarin auto's en ander boemend tuig voorkomen.
Was een auto in deze recensie-carrière van mij ooit hoofdpersonage?
Ik denk van niet.
Maakt Marita de Sterck dat goed met haar nieuwste boekje dat hier Vroem
vroem... boem ligt te knetteren? Ik denk van niet.
Want het hyperkineetje - of vergis ik mij - dat hier opdraaft en
dat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat door en in en uit het huis
vroemt, denkt waarschijnlijk wel aan gemotoriseerde toestanden, maar heeft
alleen maar een driewielertje ter beschikking. Waarmee je ook terreur kunt
zaaien. Waarmee je ook de trap af kunt denderen. Waarmee je ook een haag
kunt doorboren.
Meer dan het portret van motorengeknetter is Vroem vroem... boem
het portret van het slag dreumesen die wel lijken geboren met wieltjes
onder de billen en met mobiliteit hoog in het vaandel. Waarna ik met plezier
overga op rustiger dingen, als daar zijn prinsessen met lange haren.
Annemie
van Haeringen, die ik nog ken van het mooie Onder water, boven water,
heeft zopas een prinses met lange haren bij elkaar geschreven en getekend.
Zo lang is het prinsessenhaar dat het groot en breed en zwart de hele dubbele
eerste bladzijde vol kronkelt, terwijl het prinsesje zelf, klein en wit,
slechts een vingerkootje groot is. Met zulk haar zal ze vast last krijgen.
En inderdaad, vijf lakeien moeten het helpen dragen en negen dames moeten
het in een ingehuurd zwembad inzepen en spoelen, wat veel geprik oplevert
in de prinsessenogen.
Weg dus met het lange, zwarte en lastige haar, ware het niet dat de vader
en majesteit van het prinsesje zegt dat haar het kostbaarste sieraad is
van de vrouw. Het zou mij verwonderen indien de prinses zou rebelleren.
En indien ze geen oplossing zou vinden, waar zeker een man bij aan te pas
komt.
Ja, zo gaat dat, ook of vooral in sprookjes.
Leve de sprookjes!
