Schrijven
en vliegen
Er
zijn massa's kinderboeken waarin gevlogen wordt: als engelen, meestal,
soms als vogels, soms lukt het, soms loopt het faliekant af. Vliegen kan
in sprookjes als dat van Peter Pan, in het onlangs verschenen boek van
Daan Remmerts De Vries is het alleen maar een mooie droom van een allenig
kind. Zo ook in Vlieglessen van de Israëlische schrijfster
Nava Semel, niet haar eerste boek, maar wel het allereerste werk dat in
het Nederlands vertaald wordt.
Ze beschrijft
het leven van een meisje, Hadara, dat in een klein dorp leeft, "ver van
Tel Aviv vandaan," besloten en traditioneel dus. Semel offreert meteen
een mooie openingsscène. Dochter en vader voeren een halfjaarlijks
ritueel uit: de kleren in de hoge kleerkast worden gewisseld: aan het begin
van de winter komen er alle zomerkleren in, als de zomer in aantocht is,
gaan ze er weer uit en worden dekens en truien opgeborgen. Hadara's vader
haalt daarvoor de ladder uit de citrusboomgaard en Hadara moet het netjes
opgevouwen goed aangeven. De toon is meteen gezet: een piepklein gezin
waarin een moeder allang ontbreekt, en waarin een zeer zachtaardige, speelse
soms sentimentele en hardwerkende vader de rol van beide ouders op zich
neemt.
Hadara
wil eruit en oefent stiekem vliegtechnieken: ongezien krult ze haar tenen
en strekt ze haar benen in de klas. Ze wil een sprong wagen van de hoge
kleerkast, maar wordt net op tijd tegengehouden door Monsieur Maurice,
een uit Djerba geïmmigreerde schoenmaker, die in een vorig leven in
een circus werkte. Dat circusleven fascineert Hadara enorm, en die interesse
neemt toe naarmate de verhalen van Monsieur Maurice vollediger worden.
Dat teloorgegane circus stond symbool voor de perfecte staat, waarin rechtvaardigheid
en gelijkheid centraal stonden. De acrobaten konden er zweven, voor Hadara
reden genoeg om Monsieur Maurice te vragen haar vliegleraar te worden.
Semel
doet veel meer dan een dwaze kinderdroom te boek stellen: ze haalt er de
joodse geschiedenis bij, in het bijzonder de enorme impact van de jodenvervolging
op de huidige generaties. Het vliegverhaal wordt doorweven met heel wat
andere verhaallijnen: de vriendschap met de zoon van een andere citruskweker,
het onrustwekkende uitblijven van de regen, het gemis van een moeder. Het
maakt van Vlieglessen een korte maar heel rijke roman die na twee
keer lezen nog aan diepte wint. Hadara probeert zich te manifesteren, en
droomt ervan een heldin te zijn. Ze heeft het moeilijk met woorden die
volwassenen graag in de mond nemen, zoals 'geduld' en 'evenwicht'. Ze wil
liever weten hoe kwikstaarten vliegen en hoe het dorp er van boven af uitziet.
Haar vriendje Arele lijkt eerst haar tegendeel: praktisch en nuchter, geïnteresseerd
als hij is in het enten van citrusbomen, en alleen maar daarin. Tot blijkt
dat hij "ze boeiender (vindt) dan mensen", en dus evenzeer op de vlucht
gaat voor het alledaagse en schijnbaar vanzelfsprekende.
De beschrijving
van het dorpsleven, waar "alles maar één keer voorkomt" is
filmisch en kleurrijk, levensecht, erg gevoelig en sterk. Verhalen zijn
belangrijk, ze vormen een volwaardig onderdeel van de cultuur. er is eerbied
voor traditie en wijsheid, maar niet blindelings. Het motto voor dit uitzonderlijk
mooie boek is misschien te zoeken in deze kleine passage, één
van de levenwijsheden die Hadara van haar intelligente vader meekrijgt:
" 'Zorgen dat je in evenwicht blijft', was een geliefde uitspraak van hem,
zelfs terwijl hij met mij heen en weer schommelde in de hangmat in de tuin,
'dat is het allerbelangrijkste'."
Mon
dernier livre pour enfants: meteen een schrikwekkende titel van een
opperbeste schrijver, Chris Donner. Eentje die er vooral niet mee mag stopen.
In Nederlandse vertaling is de titel wat afgezwakt: Hoe ik mijn vader
redde. Die twee zinnetjes vatten al heel kort samen wat er aan de hand
is in dit zoveelste eigenzinnige boek van de Franse schrijver. Een erg
geliefde kinderboekenschrijver mist op een dag het plezier en de inspiratie,
en kampt sindsdien met een gênant 'writer's block'. Gelukkig heeft
hij een zoon, Henri, die stof voor een nieuw verhaal zal leveren. Henri
stort zich in een hachelijk avontuur, slechts met één nobel
doel: zijn vader weer aan het schrijven zetten. Hij sluit zich aan bij
een groepje zwarte kinderen, die door alla anderen angstvallig gemeden
worden, omdat zij de weg naar Afrika (want daar wil Henri zijn heldhaftig
avontuur beleven) alvast beter kennen. Uiteindelijk gebeurt er ongeveer
niets (ver geraken de vrienden niet), of toch: Chris Donner eindigt het
verhaal met een scène die het midden houdt tussen surrealisme en
Amerikaans-aandoende naïviteit: heerlijk om te lezen dus.
Chris
Donner weet steeds een vreemde cocktail af te leveren van sérieux
en banaliteit, van ellende en hilariteit. Ook hier is het ronduit grappig
te lezen hoe een volwassen man aan de lippen van zijn zoontje hangt om
nadien achter de schrijftafel te gaan zitten en er een verhaal van te brouwen.
Henri past zijn leven daaraan aan, en dat brengt hem wel eens in de problemen.
De ontluikende liefde van het heerlijke meisje
Denise
kan bijvoorbeeld niet doorgaan, want zoiets past niet in de politiek van
de uitgever. Een smakelijke grap, en wellicht ook een knipoog naar de realiteit:
" 'We moeten elkaar zoenen, Henri, echt zoenen, op de mond...' fluisterde
ze ongelooflijk zacht, ja bijna onhoorbaar. Ik gaf haar een flinke zet.
Ik was nog net op tijd zo snugger om een stap achteruit te doen en haar
weg te duwen. 'Ben je nou helemaal gek, Denise! Je weet niet wat voor gelazer
papa met zijn uitgeefster krijgt als je zo begint! En niet alleen met zijn
uitgeefster, maar ook met boekhandelaren, bibliothecaressen en ouders.
Want ouders kopen kinderboeken, dat weet je toch wel!' "
Chris
Donner staat voor topkwaliteit. Nog moet ik lachen als ik aan Brieven
van mijn broertje denk, een hilarisch relaas van een vakantie aan
zee, pijnlijk ironisch, absurd overdreven, tragi-komisch. Hoe ik mijn vader
redde is ook een familieverhaal: Henri wil kost wat kost zijn vrolijke
vader terug krijgen, weg met dat hoopje ellende. Iets minder verrassend
dan Brieven van mijn broertje, en merkwaardig genoeg wat stroever
geschreven, wat misschien aan de vertaling te wijten is.
Belle
Kuijken
Nava
Semel
Vlieglessen
Vertaald door Rika Vliek, Fontein, Baarn, 80 p., 460
fr.
vanaf 10 jaar.
Chris
Donner
Hoe
ik mijn vader redde
Vertaald door Karlijn Stoffels, Querido, Amsterdam, 458
fr.
vanaf 10 jaar.
Copyright
©
20 oktober 1999.
