Een
nieuw boek van Daan Remmerts de Vries kwam onlangs uit. Wat een feest,
want zijn vorige kinderboek (De ontdekkingsreiziger) was me heel
erg bevallen. Door de tekeningen - een beetje kinderlijk maar wel charmant-
maar vooral door de bijzonder originele interpretatie van verbeelding.
Bij Remmerts de Vries is fantasie geen relatief begrip, voor een kind maakt
het de werkelijkheid uit van het leven. Het nieuwe boek heet Willis,
het doet er niet toe hoe, en het wordt ingeleid met een gedichtje:
Willis voelt de dood van zijn ongeboren broertje als een onweer boven zijn hoofd hangen. Hij verwijt het hem zelfs. Want als Thomas gewoon geboren was, zouden zijn ouders nu niet zo zitten treuren. Thomas is er niet, en toch krijgt hij meer aandacht, en daar is Willis verbolgen over. Hij bedenkt een plan om de status van zijn ongeboren broertje te bereiken en komt tot de conclusie dat hij zal moeten leren vliegen. Die aloude droom van de mens krijgt hier een nieuw perspectief: Willis ontmoet een engel en wil hem achterna, met zelfgemaakte vleugels.Vliegen wil ik, vliegen!
Het doet er niet toe hoe.
't Mag als engel of als adelaar,
ook best als vliegenier,
en het geeft niet waar naartoe,
als 't maar weg is, van hier.
Willis is net als Daan Remmerts de Vries' vorige boek een ode aan
de grenzeloze fantasie van kinderen. Of hoe een kind dat op zichzelf is
aangewezen (wegens te weinig aandacht van ouderen) in z'n eentje een heel
aparte zin zoekt in het leven. Dat kan slecht uitvallen, zoals in het geval
van Willis. Willis' gedachtengangen zijn fout maar geloofwaardig en dat
maakt het boek extra gevoelig. Hier en daar wordt het verhaal wat lang
uitgesponnen, maar dat weegt niet op tegen de vertellersgave van Remmerts
de Vries. Hij schetst erg levendig de omgang tussen enkele kinderen maar
ontroerde mij vooral door een detail: de liefde die Willis voelt voor zijn
vriendinnetje Sammy. Heel terloops gaat het verhaal daarover, maar wie
weet wijdt de schrijver er nog wel eens een heel boek aan.
Wim
Köhler schreef meer dan twee jaar de rubriek De medicijnman
voor de kinderpagina van NRC Handelsblad. Die stukjes zijn nu samengebracht
in een boek. Ze gaan vooral over ziekten zoals de dollekoeienziekte, astma,
kanker. Köhler legt haarfijn uit wat bacteriën zijn, hoe bloed
is samengesteld, hoe je besmet kunt worden. Het boek is opgedeeld in hoofdstukken,
waarvan eentje over je lijf: wat doen je darmen, hoe komt het dat je koorts
krijgt?
Köhler
is niet alleen volledig, hij is ook erg gevat. Bijvoorbeeld als hij het
heeft over oud worden: "Het belangrijkste wat je moet doen om echt oud
te worden is: niet doodgaan. En daar kun je niet jong genoeg mee beginnen."
Hij
is niet bang om vaktermen te hanteren, na ze eerst nauwkeurig uit te leggen.
Hij bezondigt zich niet aan kindernaampjes voor moeilijke dingen, integendeel.
Medische termen worden gehanteerd, Köhler schrijft voor een intelligent
publiek, meer nog, hij waardeert zijn lezers. Vooroordelen worden van tafel
geveegd: luizen wonen niet alleen in ingewassen haren en acné krijg
je ook niet door je te weinig te wassen. Kinderen worden niet gespaard
van de duisterste ziekten. Taaislijmziekte bijvoorbeeld, een ongeneeslijke
ziekte die je niet ouder dan veertig laat worden. Köhler is niet belerend.
Hij spreekt er niet over dat je gezond moet leven. Hij heeft het vooral
over kleine en grote problemen van je lijf. Dat gaat van kramt in je kuit
over wagenziekte tot aids. Beestjes die kwaad kunnen, worden in een apart
hoofdstukje besproken: kwallen op het strand, wormen in hondenpoep, bloedzuigende
muggen.
De
medicijnman is bedoeld voor een jong lezerspubliek, maar is leerrijk
en plezierig voor iedereen. Het is een handleiding, als het bijvoorbeeld
op het verhelpen van puistjes aankomt, maar is even goed een vlot leesbaar
wetenschappelijk boek voor alle leeftijden. Ingedeeld in korte stukjes,
dus ideaal om kriskras te lezen, als het moet van achteren naar voren,
zelfs.