Een
kipwaardig bestaan
Het
is niet de gewoonte om in deze rubriek nonfictieboeken te bespreken of
te vermelden, maar gewoonten zijn dingen waar je op tijd eens mee moet
breken en dus duikt hier plots Zomaar een straat door de eeuwen heen
op, een uitgave van Gottmer.
Breed
boek, breed thema.
Op veertien
dubbelbladige prenten zie je zomaar een straat en haar omgeving en bebouwing
en bevolking en activiteiten evolueren. Nu eens lopen er Oude Belgen en
Oude Hollanders in heen en weer, dan weer Romeinen, vervolgens precieuze
dames en heren uit de Belle Epoque.
Volle
prenten, waar je met een vergrootglas overheen gaat en telkens ontdek je
andere gedetailleerde informatie.
Wie
wat ouderlijke fantasie heeft, leest het boek bijvoorbeeld in omgekeerde
richting, vindt een tijdmachine uit, versast toch altijd nieuws- en avontuurgierige
kinderen naar 10.000 voor Christus, waar keien worden gespleten, rotsen
geslepen, vuurstenen tegen elkaar geketst, boomstammen tot boten gehakt,
o ja, er kan veel fictie zitten in non-fictie.
En omgekeerd.
Zo ziet een boek zoals Sara en Lijsje, twee honden en ik eruit als
een lekker verhaal, vol hond weliswaar, maar toch lekker, een spannende
opeenhoping van gebeurtenissen, wellicht à la 101 Dalmatiërs,
of à la Lady en de Vagebond, of à la Kuifje en Bobby.
En het
jonge lezertje diep in mij - laat het een jaar of acht, negen, tien zijn
- belust op vertellerij, spanning, avontuur, het onmogelijke dat in een
boek mogelijk wordt gemaakt, stort zich op Gerard Brands die Sara en
Lijsje, twee honden en ik heeft geschreven.
En beklaagt
zich dat meteen.
Want
het is alsof die Gerard Brands zevenentwintig foto's van de honden Sara
en Lijsje bij zijn schrijfmachine of computer heeft gelegd en in evenveel
hoofdstukken aan het leuteren is gegaan over de banaalste streken die die
twee beesten in de loop der bekrompen dagen hebben uitgehaald, wat mij
betreft niets om over naar huis te schrijven, laat staan om er een boek
over te plegen.
En toch
is er een boek over gepleegd.
Vrienden
lezertjes, wat kunnen boeken soms saai zijn! Wondersaai! En bedrieglijk
bovendien, want ze vertellen een verhaal dat er geen is, ze roepen een
spanning op die de geeuwspieren in werking stelt, ze bevatten zoveel poëzie
en ontroering als een bijsluiter bij medicamenten, ze beloven veel en geven
weinig. Alsof ik dus na het lezen van Sara en Lijsje niets heb gekregen.
En evenveel - even weinig - verwachtte ik bij het zien van Hoepel op,
kippenkont!, want er bestaat in het land der kinderboeken een soort
superbanale covers en het boek over de kippenkont heeft er zo een. Onmiddellijk
noteer ik de naam van de illustrator en ben mild en lever hem niet aan
u uit.
Maar
binnen in die cover heeft auteur Henk Hokke een kleine, snelle, goedgebouwde
tekst gestopt die grappig leest en luchtig en spannend.
Het
gaat over het jongetje Max en over zijn vriendinnetje Anne en over juf
Annabella en over een hele klas, die op een mooie dag wordt verrijkt met
een grote doos, waarin kip Tokkel zit.
Kip
Tokkel komt uit een legbatterij en is op zoek naar een kipwaardig bestaan.
Maar de zoektocht van kip Tokkel is slechts een zijlijn van het verhaal.
Want de hoofdlijn zit bij Max die detective wil worden en die het speuren
niet kan laten.
En evenmin
het fantaseren.
O, wat
is Max een kei van een speurder in het land van zijn fantasie! En wat groeit
hij fantastisch uit boven het banale jongetje dat hij in feite is!
Henk
Hokke tekent zeer vlot de overgang van realiteit naar fantasie zoals die
zich het hoofdje van Max afspeelt, ja, wat Max aan speurwerk verricht noemt
Max zelf niet voor niets Maxie Actie.
Een
ander kwaliteit van Hoepel op, kippenkont! is dat de taal helder
en bondig is en bij momenten zijn helderheid en bondigheid van taal bijna
schoonheid van taal.
Een
mens kan er eventjes blij om worden.
En langer en dieper blij wordt een mens bij het lezen van Vreemde vrienden,
een nieuw boek van Rindert Kromhout, die een paar jaar geleden op velen
en ook op mij grote indruk had gemaakt met Rare
vogels, door de Gouden Uil "een zeldzaam feestelijk boek"
genoemd.
Als
een soort commedia dell'arte, maar de personages zijn dier geworden mensen.
De setting
is heel decor-achtig: een grot, waarop de Heerlijke Heer zit (een vogel
die zich de nagels laat kussen), een dorp vol sombere dieren, een oud,
instortend kerkje vol dieren die zich toeleggen op een soort hippievriendelijkheid.
En Vreemde
vrienden is een weelderigheid van gebeurtenissen, van complexe gedragingen
tussen tientallen schilderachtige personages, van meesterlijk bij elkaar
gehouden verhaallijnen, van handig gemaskeerde drijfveren, o ja, u merkt
het, dit is geen kinderboek meer, maar een roman waar kinderen - gelukkig
- bij kunnen.
Het
best komt dit boek waarschijnlijk tot zijn recht, wanneer het door een
goede papa of een goede mama voor wordt gelezen, barok, 's avonds bij duisternis
met maan.
Proberen!
Bert
Van Molle
Anne Milard (ill.Steve
Noon), Zomaar een straat door de eeuwen heen, Gottmer.
Gerard Brans (ill.Thé Tjong-Khing), Sara en Lijsje, Leopold.
Henk Hokke (ill. Rick de Haas), Hoepel op, kippenkont!, Elzenga.
Rindert Kromhout (ill. Jan Jutte), Vreemde vrienden, Leopold.
Copyright
©
20 augustus 1999.