Als
je twee of drie bent, dient een boek niet enkel om uit voorgelezen te worden.
Je moet er mee kunnen spelen met je kleine handjes en lekker aan zitten
sabbelen. Daarom hebben uitgeverijen plastiek- en kartonboekjes bedacht.
Nellie & Cezar is zo'n reeks kartonboekjes, die door Averbode
en Casterman samen werden ontwikkeld. De twee vriendjes, een muis en een
kikker, zijn bekende figuren voor kinderen die via de kleuterschool Dopido
lezen. Ze worden al jaren getekend door Ingrid Godon. Via een tekening
en een versje worden in deze boekjes op een speelse manier woorden aangeleerd
en tegenstellingen duidelijk gemaakt, zoals groot en klein, dik en dun
of warm en koud. Voor de versjes werden twee ervaren jeugdschrijfsters
gevraagd. Riet Wille neemt één boekje voor haar rekening,
Linda Van Mieghem twee. Het zijn best leuke teksten, die voor jonge kinderen
de taal aftasten. Toch klinkt zo heel af en toe een versje wat geforceerd:
"Uit het kleine doosje klikt / opeens mijn poppen-ik. Je schrikt!" Wat
is in godsnaam een poppen-ik? De boekjes zijn speciaal gemaakt om begeleiders
van peuters (ouders, babysitters, kleuterjuffen, enz.) te helpen met het
aanleren van begrippen en zullen thuis en in de kleuterklas zeker wel hun
verdienste hebben.
Karel
is de nieuwe kleine held in een Clavis-reeks, getekend door Liesbeth Slegers.
In Karel in het ziekenhuis valt het jongetje over een steen en wordt
met een gat in zijn hoofd in de ziekenwagen weggebracht. Hij heeft pijn
en verdriet, maar leert dat een ziekenhuis ook leuk kan zijn: wanneer je
vrienden en bezoek komen bijvoorbeeld, wanneer je met andere patiënten
speelt of... wanneer de dokter komt melden dat je naar huis mag.
Karel
in het vliegtuig neemt je mee op reis, aan de hand van oma. Er gebeuren
allerlei spannende dingen wanneer je voor het eerst met het vliegtuig gaat.
Met dit boekje kunnen kleintjes zich al een beetje voorbereiden op het
lange wachten in de luchthaven, de luchtdruk bij het opstijgen en de gebruiken
aan boord. De prenten zijn kleurrijk, met dikke zwarte lijnen en grof geborstelde
verf. Ook de teksten hebben een vrolijk geschilderde achtergrond.
De
wet van Murphy is ouders van peuters niet onbekend. Over wat er allemaal
kan misgaan wanneer peuters de wereld ontdekken, schreef het meesterlijke
duo Ron Schröder en Marianne Busser (van o.a. Het mannenkoor)
een viertal boekjes. Hoofdpersoon is Pietertje Pet, een grappige peuter
die zelfstandig wil worden.
In Goeiemorgen
wast hij zich door over zijn knuffelbeer te wrijven en maakt hij zich een
boterham door drop en zuurtjes op zijn brood te leggen en daarover slagroom
te spuiten.
In Opruimen
is mama aan het poetsen. Pietertje slaagt er ondertussen in een glas limonade
om te stoten. De kat Poesepetje loop er met haar pootjes door en wordt
prompt door de peuter in de emmer met sop gestoken.
Een
krentenbol voor Pietertje Pet gaat over boodschappen doen. Pietertje
vindt dat hij al zo groot is dat hij de mand met broodjes kan dragen. Nat
wat zeurwerk geeft mama toe. "Wat ben ik sterk, denkt hij tevreden / maar
zijn armen doen wel zeer / ineens zet hij de mand met broodjes / zonder
iets te zeggen neer." De mand staat midden ion een plas en alle broodjes
zijn bedorven. Mama is boos. "Pietertje roept huilend: mama / maar die
mand was ook zo zwààr / kun je dan geen frietjes bakken /
en mama zucht: dàt moet dan maar". Een prentje verder zitten ze
samen lekker te smullen.
In Pietertje Pet is stout loopt het pas echt goed mis, wanneer peuter
Pet buiten in de plassen gaat staan springen, valt en de modder uit zijn
kleren druipt. Een half uur later heeft hij de hele badkamer volgespetterd
met schuim en moet hij gaan dweilen.
De dialogen
tussen de ondernemende kleuter en zijn mama die wanhopig probeert hem de
juiste dingen bij te brengen, zijn uit het leven gegrepen en misschien
daarom ook zo grappig. Mama roept telkens: "Pietertje... zo gaat dat niet!",
maar gaat er ook met de nodige humor tegenaan en laat hem zichzelf en de
wereld ontdekken. De waterverfprenten van Marijke Duffhauss geven goed
de gevoelens van het ventje weer. De deugnieterij is van zijn gezicht te
lezen. Hij is stoer, verdrietig, blij en verwonderd. Mama is alleen aanwezig
in de teksten van Busser en Schröder, die in hun gekende prettige
rijmstijl deze huiselijke tafereeltjes vorm hebben gegeven.
Pop-ups doen het altijd bij peuters. Een leuk oefenboekje om het aankleden te versnellen is Kleed je aan, beertje Pluis, dat de Amerikaanse redactrice Dawn Bentley maakte samen met de Hongaarse animatiekunstenares Krisztina Nagy. Beertje Pluis kan zich al helemaal zelf aankleden. Hij trekt zijn zachte sokjes op, knoopt zijn broek vast, trekt zijn trui over zijn hoofd en ritst zijn jas dicht. De kleine lezer mag hem helpen. In het boek zitten dan ook ritsen, knopen, kleefstrips enz. om te oefenen. Zelfde scenario echter als bij Pietertje Pet: wanneer hij netjes aangekleed buitenkomt, wacht daar een grote verleidelijke plas. Dan maar opnieuw beginnen?
Ten
slotte nog een interactief peuterboek met bijbehorend liedje: De wielen
van de bus van Paul O.Zelinsky, ook van Amerikaanse makelij. "De wielen
van de bus die draaien rond, draaien rond. De wielen van de bus die draaien
rond, als de bus gaat rijden" is de tekst van het refrein, dat op de kaft
van het boek achteraan op muziek staat. Terwijl ze het liedje zingen, kunnen
kinderen de wielen in het boek echt doen draaien, en onder meer de deuren
openen, in- en uitstappen, de ruitenwissers doen wissewassen en de passagiers
doen hotsebotsen.
De bewegingsmechanismen
zijn ingenieus bedacht. In het boek kun je door de busdrukte heen ook nog
het verhaal ontdekken van een jongen met een doos poesjes, een mevrouw
met boodschappen en een jongen met een gitaar. Dit lijkt me een schitterend
boek voor kleuterleiders die in hun klasje een extra leuke zangsessie willen
houden. Misschien biedt het boek wel inspiratie voor nog meer gekte en
beweging in de klas, thuis of op feestjes.