Kinderen
van tien, twaalf jaar hebben dikwijls een fascinatie voor het verleden.
Hoe het vroeger allemaal reilde en zeilde boeit hen mateloos. Die fascinatie
voor het verleden delen ze met hele oude mensen. Voor hen biedt het "toen"
een zekerheid, immers, de toekomst is een onzeker iets geworden.
Ook
Ploon en Roelien uit het boek delen die passie. Ploon is de negentigjarige,
vroegere kindermeid van Roeliens moeder. Omdat Ploon lastig wordt om in
huis te hebben (ze heeft al ongeveer bij iedereen van de familie gelogeerd)
en omdat ze tenslotte niet eens familie is, wordt ze naar een bejaarden
tehuis gebracht. Roelien komt daartegen in opstand en smokkelt het oude
mensje het ouderlijk huis weer in, om haar op een zolderkamertje te installeren.
Ploon blijkt inderdaad een moeilijke logé te zijn, vol nukken en
grilletjes. Roelien lost echter alles op en maakt het het omaatje naar
haar zin. Dat ze daarvoor heel wat vrijheid moet inboeten, neemt Roelien
er graag bij. In ruil krijgt ze immers de prachtige verhalen die Ploon
vertelt. Ploons verleden gaat heel ver terug, niet alleen in de tijd, maar
ook in afstand.
De verhalen
vertellen over Vlaanderen tijdens WO 14-18, de broers die naar het front
trekken, het verlies van de paarden Sterre en Joe en de noodgedwongen vlucht
naar Nederland. Roelien koestert zich aan die avonturen als aan een kampvuurtje
en dat alles om de vonk erin te houden.
Alhoewel
Roeliens taak als bejaardenverzorgster haast onmogelijk lijkt voor een
kind van haar leeftijd, ga je je er niet aan storen. Haar gedrevenheid
en vindingrijkheid en vooral haar (en op den duur ook jouw) gretigheid
naar Ploons verhalen, worden met zo'n vanzelfsprekendheid beschreven, dat
de lezer zich graag laat meeslepen.
De goed
gedoseerde afwisseling tussen heden en verleden werkt dat zeker in de hand.
Het heden is vinnig en actueel neergezet en het verleden (cursief gedrukt)
wordt verteld in de gedragen stijl van een 90-jarige. Ploon heeft het vaak
over heel herkenbare, tijdloze gevoelens. Ze kiest daarvoor zulke eenvoudige
maar rake woorden dat je Roeliens verrukking best begrijpt.

Ernst is tien jaar en een plichtbewuste, ernstige jongen. Hij woont vanaf
z'n geboorte bij z'n grootmoeder in een groot, somber huis. Het leven van
Ernst is er een van regelmaat en verstikkende saaiheid.