'Wat een experiment'
Het plan werd gesmeed onder de brandende zon van Mexico: tekenaars Pieter Gaudesaboos en Sabien Clement wilden, behalve samen op reis gaan, ook graag samen een prentenboek maken. Terug in thuishaven Gent gingen ze een artistieke ménage à trois aan met dramaturge/schrijfster Mieke Versyp. De vrucht van die unieke joint venture heet Linus, een opmerkelijk boek dat zowel de shortlists van de Gouden Uil als van de Boekenpauw en Boekenleeuw haalde.

Pieter GaudesaboosVanwaar het idee om met drie mensen een prentenboek te maken? Het lijkt bijna om problemen vragen.
    Pieter Gaudesaboos: "Het is gestart bij ons tweeën; we zijn sinds een aantal jaren heel goede vrienden. En we zijn ook allebei illustrator, maar we hebben een totaal verschillende manier van werken. Ik ben overgestructureerd en gedisciplineerd, met vaste werkuren etcetera. Bij Sabien is het helemaal het tegenovergestelde: de ideeën rijpen heel lang in haar hoofd en dan komt het er pas helemaal op het einde, als in een soort roes, uit. Ze worstelt ook altijd met haar werk, terwijl ik er toch vooral veel lol aan beleef. Zeker als je genoeg tijd inbouwt, kun je veel inspiratie halen uit research. Ik denk dat het zo begonnen is, om uit te zoeken of we iets van mekaar konden leren op dat vlak."
   Sabien Clement: "Maar toch ook puur voor het plezier, om gewoon eens samen iets te doen. We waren samen op reis en toen is dat idee stilaan beginnen rijpen."
   PG: "We moeten vaak tegen deadlines aan werken en dan dreig je het plezier van tekenen al weleens te verliezen, en zit je ook al vaak in één bepaalde stijl te werken. Deze keer wilden we er echt tijd voor nemen, en veel experimenteren. Toen we terugkwamen uit Mexico hadden we een eerste raamverhaal. Daar zijn we mee naar Mieke Versyp (dramaturge van theaterhuis de Kopergietery, nvdr) gestapt. Als je met twee tekenaars een boek maakt, draait het er al snel op uit dat de een toch meer schrijft en de ander tekent, dat wilden we niet. Mieke is vertrokken van ons basisidee maar heeft dat behoorlijk veranderd en heeft er toch vooral haar verhaal van gemaakt."
   SC: "Ze kwam telkens met een stuk tekst naar ons toe waar we soms samen op door fantaseerden, waarna zij naar huis ging om verder te schrijven en wij materiaal van haar bijhielden om te tekenen."
   PG: "Het boek is eigenlijk heel chronologisch ontstaan, stapsgewijs en organisch. Mieke heeft zich ook amper bemoeid met de illustraties en de lay-out."

 

Als u het zo vertelt lijkt het bijna evident. Maar u hebt beiden toch een wel zeer verschillende tekenstijl?
    SC: "Ja, ik weet nog goed dat mijn omgeving ook altijd heel verontwaardigd reageerde als ik vertelde dat mijn volgende project samen met Pieter zou zijn. Maar wij hebben ons daar eigenlijk nooit veel vragen bij gesteld. Ik vertrouw Pieter volledig in zijn computerkunde. Ik heb altijd veel respect gevoeld van hem uit voor mijn tekeningen en ik kon ze dus ook makkelijk door hem laten bijwerken of bewerken. Wat het voor mij ook des te leuker maakte, was dat ik beneden in zijn huis tekende en hij boven met de computer werkte. Dat stimuleerde mij enorm. Ik wou het liefst aan één tafel met hem werken."
   PG: "Dat vond ik dan weer iets te ver gaan (lacht). De tekeningen van Sabien bleven hier 's avonds wel altijd liggen zodat ik er nog verder op kon werken."

 

Dus u hebt eigenlijk de globale vormgeving van het boek gedaan?
    PG: "Ja, zeker op het einde was dat zo, omdat ik meer het overzicht over het geheel bewaakte, en voelde wanneer we iets druks of iets rustigers nodig hadden. Ik ben ook heel erg gecharmeerd door het schetsmatige van Sabien. Ze heeft schetsboekjes vol met tekeningetjes, die meestal onafgewerkt zijn. Ik vind dat frisse net heel mooi, en daar wilde ik dan graag op doorwerken.
   SC: "Dat was soms wel wat moeilijk voor mij om te begrijpen. Want die schetsen zijn wel spontaan, maar er zit meestal ook een foutje aan. Terwijl je als tekenaar toch zo juist mogelijk probeert te werken."

 

U was in zekere zin mekaars coach en redacteur?
    PG: "Zoiets ja. Ook al hebben we verschillende stijlen, toch hebben we eenzelfde soort smaak om naar de dingen te kijken. En dat we vrienden zijn, heeft ons heel hard geholpen om direct en eerlijk met mekaar te communiceren."
   SC: "En we hebben ook nogal complementaire karakters; ik ben van nature meer meegaand, toch?"
   PG: "Ja, maar we wilden wel allebei altijd een goed gevoel hebben bij elke pagina. Als dat niet zo was, bleven we eraan werken tot we er ons allebei in konden erkennen. Ik denk alleen dat ik conceptueler met een boek bezig ben, en dat Sabien puur illustratorisch sterker staat. Grofweg kun je ook zeggen dat ik meer de fantasieën van het hoofdpersonage vorm heb gegeven en dat Sabien meer gefocust heeft op de personages, de realistische scènes en de emoties. Maar in bijna alle prenten zitten elementen van ons beiden."

 

Sabien ClementEen kwestie van aanvoelen en aanvullen dus. Het boek zit vol met verschillende technieken: van lijntekeningen over stripverhaalachtige sequenties tot ware miniatuurschilderijtjes en digitale beelden. Lang leve de vrijheid van de artistieke expressie?
    SC: "Ja, dat was nu net zo leuk aan dit project, er waren geen beperkingen, we wilden erop los experimenteren. We hebben mekaar daar ook in uitgedaagd. Zo gaf Pieter me eens een koekenblik vanuit de Aldi waarop ik op de onderkant mocht beginnen te schetsen. We waren op zoek naar een close-up van Boris, de verdwenen broer van Linus. Ik heb dan allerlei uitgeprobeerd met acrylverf en ook door erin te krassen, maar het wilde niet zo vlotten en ik heb er de ene vernislaag na de andere op gezet."
   PG: "En op een moment kwam Sabien naar boven gelopen om te tonen dat het blik een chemische reactie begon te vertonen. Er kwamen overal roestige vlekjes tevoorschijn. Maar dat was net heel mooi, het maakte de tekening van Sabien nog kwetsbaarder. Door die vrijheid van experimenteren zit er veel gelukkig toeval in dit boek. Ik vind trouwens dat een prentenboek je constant moet blijven verrassen, dat geen enkele pagina er hetzelfde mag uitzien."
   SC: "En voor mij is een prentenboek pas echt goed als je er bij elke lezing weer nieuwe dingen in kunt ontdekken."

 

Pieter, u lijkt wel een zwak te hebben voor de stijl en typografie van de jaren vijftig.
    PG: "Klopt, ik hou inderdaad heel erg van die typische design; er zit een soort naïviteit en degelijkheid in die me heel erg charmeert, het straalt optimisme uit en het heeft tegelijk een grote ambachtelijkheid."
   SC: "Maar we hebben die stijl ook bewust gebruikt: we wilden aangeven dat het verhaal zich ergens eind jaren vijftig afspeelde. Het fijne aan zo'n boek maken is ook dat je er heel veel rond fantaseert dat uiteindelijk nooit letterlijk in het boek terechtkomt, maar dat wel gesuggereerd wordt. Ik denk dat een lezer/kijker dat ook voelt, dat wij rond die personages een ganse wereld hebben opgebouwd."

 

Toetst u uw werk ook af bij kinderen voor het boek verschijnt?
    PG: "Nee, ik vind dat moeilijk, omdat het vaak pas echt werkt als het een volwaardig boek is, met cover. Ik zal het vlugger aan volwassenen tonen als het nog niet klaar is."
   SC: "Maar ik denk ook dat we in dit geval niet zoveel rekening hebben gehouden met de lezer of met leeftijd. Mieke heeft zich dat wel meer aangetrokken, omdat je bij taal al direct met leesniveaus en woordenschat te maken krijgt. Maar dat geldt niet of nauwelijks voor de beeldtaal. We wilden vooral een persoonlijk boek maken, iets dat we zelf ook graag zouden kopen. Welk publiek dit boek precies zou vinden, leek ons heel moeilijk te voorspellen, en heeft ons niet zo beziggehouden."

 

LinusEen persoonlijk boek, zegt u. Geldt dat ook voor het verhaal, een vrij melancholische vertelling over eenzaamheid en de verwerking van verlies. En opvallend meer ingetogen dan uw vorige werk, lijkt me.
    PG: "Ja, maar het is toch ook een positief verhaal, want de moeder en Linus groeien weer naar mekaar toe. Voor mij gaat het vooral over communicatie, en over de kracht van fantasie ook."
   SC: "Het is in die zin persoonlijk dat ik graag helemaal in die personages kruip, volledig meeleef en er dus ook automatisch een stuk van mezelf in stop. Als je een personage portretteert dan denk je over zoveel dingen na: teken ik hem/haar vanop de rug gezien, welke richting kijkt hij/zij uit... dat zijn allemaal facetten die reliëf en gevoel geven aan de prenten. Het is dus een onderzoek naar emoties, die zeker niet alleen eigen zijn aan kinderen. Maar er zijn geen rechtstreekse links tussen het verhaal van Linus en mijn eigen kindertijd of zo."
   PG: "Evenmin met de mijne."

 

Wat hebt u beiden, behalve een mooi boek, overgehouden aan dit experiment?
    SC: "Ik vond die bijna spartaanse discipline van Pieter vroeger altijd heel vreemd, maar nu heb ik ervaren dat het mij ook kan helpen. Het was tof om te voelen dat inspiratie soms ook komt door gewoon te doen, en niet door erop te zitten wachten. En ik vond het gedurig met mekaar communiceren heel verrijkend!"
   PG: "Ik heb vooral geleerd dat ik de beelden niet te clean mag maken, dat er binnen het digitale ook ruimte mag zijn voor het meer manuele. En verder ook dat je je beelden niet steeds moet volproppen om iets te vertellen, dat je soms mag vertrouwen op soberheid en rust in de tekeningen."
   SC: "Ah ja?"
(gelach)

Patrick Jordens

 

Mieke Versyp
Pieter Gaudesaboos & Sabien Clement (ill.)
Linus

Lannoo, Tielt, 48 p., € 14,95.
ISBN: 9789020972603
vanaf 10 jaar.

 

Copyright © De  Morgen   .::.  27 februari 2008

 



TH Boekenbos - Besprekingen/boekbesprekingen/recencies van kinderboeken, jeugdboeken, poëzie


Valid CSS!