Toon Tellegen beweegt zich behendig in verschillende genres en zet de taal met verbluffende virtuositeit naar zijn hand door er een eigen - wat archaïsch klinkende - vaak dubbele invulling aan te geven. Ook in zijn poëzie hangt die speelse, wat absurde weemoed en worden grote gevoelens vaak door alledaagse dingen gerelativeerd.
Tellegen vestigde zijn reputatie van meesterverteller vooral met zijn hoogst originele dierenverhalen. Eindeloze tobbers zijn het, de dieren die het Tellegenbos bevolken, met de mier als grootpiekeraar: "Het komt natuurlijk, dacht hij, omdat ik zo verschrikkelijk veel denk. Ik denk ook over alles. Over honing, over stoffigheid, over de oceaan, over achterdocht, over regenflarden, over zoethout, noem maar op. En dat zit nu allemaal in mijn hoofd." Of prangender nog: "Denk je dat we ooit afgelopen zijn?" Met die verhalen vond Tellegen een nieuw, bijzonder genre uit en schiep hij een merkwaardig universum met eigen wetmatigheden: van elke diersoort is er maar één, maten en gewichten zijn niet van tel en de tijd bestaat niet. Melancholische vrolijkheid overheerst. Er wordt in hoofdzaak gevierd en gemijmerd, brieven worden door de wind bezorgd en de lijster zingt in de top van de populier.
In Middenin de nacht, zijn laatste dierenbundel, wordt er meer dan ooit in stilte en eenzaamheid gepiekerd en getobd. Daar zijn nachten voor. De sfeer is een stuk somberder. Het gaat er minder bucolisch en feestelijk toe. Zo zit de spitsmuis op "het ergste" te wachten, en gaat het vuurvliegje plots "uit", wat meteen zijn "bestaansgrond" op de helling zet: "Mijn bestaansgrond, dacht hij. Hij huiverde. Hij voelde zijn bestaansgrond onder zijn voeten en overal om zich heen. Nog wel..." De slak en de schildpad ontmoeten elkaar "voortijdig" in het holst van de nacht, bang om te laat op de afspraak te komen. De gloeiworm vraagt zich verongelijkt af voor wie of wat hij eigenlijk zit te gloeien. Samen met een hoop andere dieren twijfelt de woelmuis klappertandend of hij nu wakker is of slaapt; de houtworm boort zich een weg en wordt door de meikever geconfronteerd met zijn heel bijzondere tijdsbesef: "Hij kende maar één tijd: nu. Dag en nacht, zomer en winter, vroeger en later: daar wist hij allemaal niets van. Nu was alles." De kever maakt zich alvast zorgen over het feit dat hij niets te zeggen zal hebben wanneer de zijderups op bezoek komt, en de sprinkhaan is als de dood dat hij niet zal zijn zoals het hoort op de "ontvangst" van de koningstijger. De dieren zitten meestal in hun eentje, met hun eigen zorgen en besognes, en missen de vrolijke, gezellige communicatie en het feestgevier die het bestaan overdag een stuk simpeler maken. Ook de mier wordt weer door "zware gedachten" overvallen en overweegt heel even, zoals wel vaker, om te vertrekken: "Ik ga zo ver weg, dacht hij, dat ik aan niemand meer kan denken." Aangrijpende weemoed, onbestemde angsten en zware moedeloosheid ook, in deze alweer prachtige verhalen, met erg sfeervolle en bijzondere zwart-blauwe tekeningen van Mance Post meesterlijk en in een gepast register geïllustreerd. Een boek om steeds opnieuw te lezen, te bekijken en te savoureren.
Naar aanleiding van de Nederlandse Kinderboekenweek, die vanaf 5 oktober alles met toverij en magie te maken zal hebben, verscheen Pikkuhenki, een bizar sprookje met illustraties van Marit Törnqvist en met bijbehorende cd.
Een wat grimmig verhaal, in woord, beeld en muziek, over macht en onderdrukking. "Langgeleden, in een land hier ver vandaan, leefde een heks die zo klein was dat ze onder een zandkorrel woonde, naast een stofje, achter een grassprietje", of hoe Tellegen het genre weer helemaal naar zijn onmiskenbare hand zet. Pikkuhenki, zo heet de heks, wil er achter komen of ze kan vliegen, en meer nog, of ze ook macht heeft. Het eerste lukt meteen aardig. Na wat geëxperimenteer met een hond en een beer - ze vliegt hun neus binnen, tot bij hun droefgeestige gedachten, en laat ze precies uitvoeren wat zij hun opdraagt - komt het grotere manipulatiewerk, want "Pikkuhenki was geen engel, maar een heks". Het kleine jongetje Iwan wordt haar instrument om een onderdrukt en somber volk van een redeloze tiran te verlossen en meteen ook de keizersdochter uit haar torengevangenis te bevrijden, die dan meteen ook met de "eerste de beste" trouwt en lang en gelukkig leeft. Grappig is hoe Tellegen, in dit toch wel wezenlijke en mythische verhaal, voortdurend relativerende verwijzingen inbouwt naar andere sprookjes, die dan ook weer op de prachtige, overvolle prenten kriebelig verborgen zitten. Net als in prentenboeken van de grote Mitsumasa Anno, moet je aandachtig op zoek gaan naar Roodkapje en de wolf, naar vergiftigde appels, peperkoekenhuizen en met rozenstruiken overwoekerde kastelen. Elk detail telt en je komt ogen te kort. Marit Törnqvist gaf een absolute meerwaarde aan het verhaal. Alles baadt in een onbestemde, Russisch aandoende sfeer, waarin donkere somberte en kleurige vrolijkheid het ritme van de vertelling perfect volgen. Een overweldigend en tijdloos boek.
Toon Tellegen
Mance Post (ill.)
Middenin de nacht
Querido, Amsterdam, € 13,75.
vanaf 10 jaar.
Toon Tellegen
Marit Törnqvist (ill.)
Klaas Ten Holt (muziek)
Pikkuhenki
Querido, Amsterdam, € 13,95.
vanaf 6 jaar.
Copyright ©
28 september 2005.