Ik schreef het in vijf minuten

Jip en Janneke, hét kleuterduo aller tijden, zijn vijftig jaar geworden. In 1953 verscheen het eerste 'Jip en Jan-ne-ke', toen nog zeer didactisch verantwoord met gescheiden lettergrepen gespeld. Annie M.G. Schmidt: 'Het was puur voor de kleintjes om het lekker te vinden.'

Jip en JannekeVoor de verhaaltjes in boekvorm verschenen, stonden ze op de kinderpagina van Het Parool. Annie M.G. Schmidt werkt eerst als chef documentatie bij de krant maar krijgt al snel een plek op de redactie van de vrouwenpagina en het kinderhoekje. Naast columns en reportages schrijft ze een serie die geïnspireerd is op Ot en Sien, een ouderwetser duo kinderen. Jip en Janneke is voor Annie M.G. Schmidt een peulenschil, de verhaaltjes schudt ze zonder moeite uit haar mouw. "Zo maar midden op de redactie met al die herrie om me heen. Ik schreef het in vijf minuten." Steeds verhaaltjes van dezelfde lengte, met korte zinnen en gesplitste lettergrepen, zodat beginnende lezers er ook weg mee kunnen. Illustratrice en collega Fiep Westendorp kiest ervoor Jip en Janneke af te beelden als silhouetten met zwarte hoofdjes, omdat de finesses van een uitgewerkte lijntekening verloren zouden gaan op goedkoop krantenpapier. Zo gaat het duo van generatie op generatie het collectieve geheugen in.
   Het succes van Jip en Janneke is overweldigend. Een selectie van de krantenverhaaltjes wordt in boekvorm gegoten, er verschijnen oorspronkelijk acht boeken tussen 1953 en 1960. Om de tien jaar veranderen de uitgaven lichtjes van inhoud, en er blijft een serie van vijf over. Er volgen enkele herwerkingen en talloze herdrukken. In de jaren zeventig vervangt Fiep Westendorp de oude figuurtjes door een modernere versie: de kinderen worden hoekiger en meer gedrongen (de nekjes verdwijnen helemaal!). De achtergrond en de kleding worden aangepast aan de tijd (potkacheltjes en ouderwetse lampjes verdwijnen). De gemoderniseerde uitgave in vijf delen is opnieuw een gigantisch succes. Jip en Janneke 1 (in 1979, bij Querido) heeft maar liefst 43 drukken!
   Bijna alle ooit gepubliceerde Jip en Jannekes verschijnen eind jaren zeventig in het kleuterblad Bobo. Fiep Westendorp tekent een aantal illustraties opnieuw, ditmaal voor het eerst in kleur. Het pas verschenen Jubileumboek bevat een selectie van vijftig verhalen met nooit eerder in boekvorm gepubliceerde ingekleurde illustraties van Westendorp. Een voorwoord van Flip van Duijn, Annie M.G. Schmidts zoon, vermeldt dat de illustratrice (inmiddels 86 jaar oud) de oorspronkelijke tekeningen hier en daar met Photoshop bewerkte voor deze uitgave.
Jip en Janneke   Jip en Janneke staan er nog steed in zwart-wit; Jip met z'n gestreepte truitje, Janneke met haar achteraan gestrikte, beetje slechtzittende schort. Fiep Westendorp plaatste ze tegen een achtergrond van bonte kleuren, vooral groen en blauw. Binnenskamers zijn het druk bedrukte canapés, vloerkleden en gordijnen, buiten groeit het gras welig, met vogels en kippen, hond Takkie en poes Siepie. De prenten van Fiep Westendorp zijn een beetje gedateerd, voor ouders en grootouders een bron van heimwee naar de jaren zestig en zeventig. Het ouderwetse speelgoed, het hoogpolige tapijt in de woonkamer, de sixties-keuken. En de gezelligheid van een geborgen kindertijd natuurlijk. De prenten van Westendorp zijn niet meer weg te denken. In tegenstelling tot de schrijfster, kreeg Westendorp vreemd genoeg nauwelijks officiële erkenning voor haar werk. Annie M.G. Schmidt kreeg alle grote prijzen die er uit te delen zijn (tot en met de Hans Christian Andersen-prijs in 1988), terwijl Westendorp pas zes jaar geleden de Oeuvre Penseel-prijs kreeg voor haar hele carrière.
   Fiep Westendorp tekent onnavolgbaar hoe Annie M.G. Schmidt schrijft, met dezelfde eenvoud en humor. Het zijn kleine, pretentieloze avonturen van twee gewone kinderen die altijd samen zijn in hun nieuwsgierigheid (naar de pasgeboren poesjes bijvoorbeeld), in hun experimenten en rollenspel (moedertje en vadertje, boer en paard...). Op het eind van een verhaaltje gaar ze meestal eten of slapen. Avontuurtje afgelopen, zonder moraalles. "Ik had absoluut geen pedagogische bedoelingen", zegt Schmidt later.
   Annie M.G. Schmidt was een meester in het vertellen van zogoed als niets in een uiterst sobere, soms schaarse taal. ("Pats daar ligt Jip op zij neus. Hij huilt. En moeder legt een flik op zijn neus. Dan is het over." Uit: 'Jip wil vliegen'). Vaak is zo'n verhaaltje een non-event. Als Janneke Jips haar afknipt is het wel even spannend als moeder daarop uitkomt. Maar de meeste verhaaltjes hebben weinig om het lijf. Zo gaan de vrienden op Pasen eitjes zoeken. Janneke beslist haar nieuwe jurkje toch maar te wisselen voor haar oude broek, omdat ze smerig zullen worden. En verder? Verder niets. Annie M.G. Schmidt wist dat heel jonge lezers niet per se meer willen horen: "Het was puur voor de kleintjes om het lekker te vinden."
   Jip en Janneke schrijft Annie M.G. Schmidt in een periode dat ze al erg bekend is. Ze schrijft intussen ook kinderversjes, poëzie en theater voor volwassenen. Op de VARA loopt in die jaren een onwaarschijnlijk populair hoorspel van haar. De familie Doorsnee is een soap avant la lettre waar heel Nederland zich mee lijkt te kunnen identificeren. Annie M.G. Schmidt reist tegelijk Nederland door voor een cabaretoptreden met Simon Carmiggelt. Haar eerste versjesbundels, Het fluitketeltje (met het onsterfelijke 'Dikkertje Dap') en De spin Sebastiaan, hebben een ernorm succes in de eerste helft van de jaren vijftig. Ze krijgt (als eerste Nederlandse vrouw) een eigen column in Het Parool. De huis-, tuin- en keukenavonturen van Jip en Janneke zouden in schril contrast staan met Annie M.G. Schmidts eigen eenzame jeugd. Er spreekt inderdaad een groot welbehagen uit, dat slechts lichtjes gestoord wordt door ruzietjes (die snel worden bijgelegd) en kleine kinderangst (weggetroost door moeder die altijd bij de hand is). De avonturen van Jip en Janneke blijven, na vijftig jaar, geliefd in menige kinderkamer. Ze worden meestal voorgelezen aan de allerkleinsten, die het, volgens de schrijfster, "verrukkelijk (vinden) om heel dicht bij huis te blijven". Zowat alle succesvolle prentenboeken voor die leeftijd blijven dicht bij de bekende wereld van de lezertjes, dus dat kan wel kloppen. Het verschil met doorsneepeuterboeken is, naast het onovertroffen taalgebruik, het gevoel van vrijheid, dat in het hele oeuvre van Annie M.G. Schmidt opduikt, en ook in Jip en Janneke triomfeert. De kinderen verzinnen een eigen fantasiewereld, waarbij volwassenen bijna helemaal buiten schot blijven. Ze geven zich over aan een grenzeloze nieuwsgierigheid en experimenteerdrang. Er wordt daarom steevast gelachen om de kleine avonturen van Jip en Janneke, want hoewel ze niet wereldschokkend zijn, er zitten heel subtiele angeltjes aan. De kleuters zij niet karikaturaal deugnieterig, maar ook weer niet braaf. Wellicht zijn ze vooral waarachtig, en kunnen zowel de volwassen voorlezer als de kleine op schoot zich daarom uitstekend vermaken.

Belle Kuijken


De citaten van Annie M.G. Schmidt komen uit het boek van Annejet van der Zijl: 'Anna. Het leven van Annie M.G. Schmidt' (Nijgh & van Ditmar, 2002, 400 p., €29,90)
Naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van Jip en Janneke verschenen bij uitgeverij Querido 'Jip en... Janneke', jubileumeditie groot formaat (128 p., €25, luxe-editie: €35), 'Jip en Janneke spelen samen' (32 p., €12,50), 'Jip en Janneke vakantieboek', (32 p., €4,95)

Alles over Jip en Janneke vindt u op www.jipenjanneke.nl

 


Terug Copyright ©  De  Morgen                     21 mei 2003.