Juweeltjes van boeken

Alweer verschenen er de voorbije maanden mooie prentenboeken in binnen- en buitenland. De vormgeving is vaak uiterst verzorgd en verrassend. De verhalen die erin worden meegegeven zijn soms inferieur aan het illustratiewerk. Gelukkig wil het weleens lukken dat ze aan elkaar gewaagd zijn.

De kleine soldaatIn De kleine soldaat van Paul Verrept is dat alleszins het geval. Ik ken alvast geen beter boek dan dit om de hele oorlogsgekte van vandaag - voor zoiets mogelijk is - duidelijk te maken aan jonge kinderen. Verrept doet dat heel subtiel en sober, in woord en beeld. De eerste prent toont de kruin van een klein jongetje dat aan een keukentafel een speelgoedtank met een klein soldaatje erin zit te bekijken. "Op een dag was het oorlog", klinkt het laconieke commentaar, dat meteen de aanloop is naar wat volgt. Wat eerst een onschuldig spel leek, wordt harde werkelijkheid. "Sommige mensen begrepen waarom", zegt de jonge verteller nog. Op prachtige, hevig gekleurde prenten roept Verrept op wat een oorlog betekent en wat die kan aanrichten. Aandoenlijk is de knuffel die de kleine soldaat tot in de loopgraven toe gezelschap houdt. Een vondst! Nergens 'over the top', dit boekje. Alles blijft ingehouden en haast nuchter observerend. De goede jonge verstaander verzint er zelf zijn verhaal wel bij.
   Mijn papaOok twee leuke 'vader-boeken' van twee Engelse grootmeesters op mijn keuzelijstje. Vaders moeten het vaak afleggen tegen knuffelende moeders of schattige grootouders. Niet hier. Mijn papa van Anthony Browne is alweer prachtig gemaakt. In zijn typische hyper- en tegelijk surrealistische stijl voert Browne een wat sufogende, corpulente, kan-het-gewonere vaderfiguur op in een saaie geruite kamerjas en op pantoffels. Niet meteen de gebruikelijke onaantastbare macho, dus, maar voor de kleine ikverteller een absolute held. Fantasie en werkelijkheid doorkruisen elkaar voortdurend, zoals dat vrijwel altijd het geval is in Brownes boeken. De visuele rode draad wordt gevormd door het ruitjespatroon van de kamerjas, dat op elke bladzijde terugkomt. Ook de kleine grappige details maken dit kleine boekje tot een feest.
Laat me niet los!   Over loslaten en vasthouden gaat Laat me niet los! van Jeanne Willis, bijzonder mooi geïllustreerd door Tony Ross. Door en door Angelsaksisch, dit boek: paginavullende aquareltekeningen met weidse parken en luchten, bloemetjesinterieurs en ras-Engelse personages. Van een klassiek gegeven - leren fietsen - maakte het duo een ontroerend verhaal over grootwordende kinderen en over hoe moeilijk dat kan zijn voor ouders. Langzaamaan keren de rollen zich om: de hulpeloze Sofie wordt door haar zelfverzekerde vader geïnitieerd in het fietsen. "Sofie, ik hou je stevig vast, ik laat je heus niet gaan. Ik hou je vast tot jij het zegt. We doen het zachtjesaan", wordt op het eind haast letterlijk herhaald door de dochter. Mooi is ook hoe het fietsen de wereld laat opengaan voor het kleine meisje: je ziet haar regelrecht vanuit het park een verre jungel binnen fieten.
   Mijnheer FerdinandMet Mijnheer Ferdinand maakte Carll Cneut een van zijn indrukwekkendste prentenboeken tot nog toe. Hij illustreerde op briljante wijze een poëtisch verhaal van Agnes Guldemont die naast haar grafische activiteiten nu ook als kinderboekenschrijfster debuteerde. Het verhaal: Mijnheer Ferdinand mist iets. Alleen weet hij niet wat het is. Een soort midlifecrisis overvalt hem en hij heeft nergens meer zin in. Hij is alles kwijt. "Een blauw gevoel is in hem komen wonen. Doorzichtig. Als ijs." Hij gaat dan maar op zoek naar wat hij kwijt is. In huis vindt hij enkel wat onbenullige dingen. De chaotische stad, prachtig verbeeld op twee paginagrote prenten vol hollende en tollende wezens in helle, drukke tinten, brengt evenmin soelaas en ook de bibliotheek levert niets op. Op een aandoenlijke plaat zie je de arme kerel helemaal in totale apathie verglijden op een bank in het park. De hele houding, de compositie en het kleurgebruik suggereren meer dan woorden kunnen zeggen. Stilaan ontdekt hij, door verschillende bijzondere ontmoetingen, dat het tenslotte allemaal een kwestie van kijken is: "Je moet heel aandachtig kijken, zegt hij. En lang genoeg, dan zie je allerlei dingen die anders zijn." En nog een gulden raad van een oude man: "Als je iets wil vinden, moet je heel langzaam te werk gaan. Zo langzaam dat alles stil wordt." Cneut geeft de herwonnen levenslust weer door zijn mannetje Ferdinand voorzichtig verheerlijkt te laten zweven door al het kleine moois wat de wereld te bieden heeft. Een boek met een duidelijke boodschap voor jong en oud om heel langzaam te lezen en te bekijken.
Wortels   Ook Wortels of de tijd die wachten heet is niet zomaar een plaatjesboekje. Bologna Ragazzi winnaar Klaas Verplancke schreef zelf het bijzonder geïllustreerde boek. Alweer wordt een gekwelde protagonist opgevoerd: een mensenschuwe, eigenzinnige eenzaat; een klein, gedrongen, nors mannetje ("niet groter dan twee keer niezen"), met een stevige helm tegen ongewenste indringers op zijn kop, zit als heuvelwachter op de top van zijn berg te wachten. Waarop weet hij niet "en het komt ook nooit". Het klinkt allemaal behoorlijk filosofisch en Becketiaans. "Er is tijd, veel tijd, de tijd die wachten heet." Het dal benden is de vijand, een zwarte, gulzige slang die hapt naar alles wat de helling afkomt. En toch: een zaadje levert een boom op, Kerel, een warme, omarmende vriend en de tegenpool van de wachter die dat nieuwe gezelschap na zijn lange gewilde isolement maar heel langzaam kan accepteren. Bovendien ontneemt die nieuwe aanwezigheid hem zijn reden van bestaan: het wachten lijkt plots overbodig. Kerel blijkt een rasverteller, die zijn inspiratie uit zijn wortels en de aarde zuigt. De drie verhalen moeten het thema van het boek verder vertolken en dat komt wat gemaakt over. Op het eind opent Kerel onvermoede perspectieven voor de heuvelwachter: zijn gevelde stam ligt als een loopbrug klaar om zijn vriend de wereld te laten verkennen. Een prachtig beeld! Overigens is Wortels een zuinig geschreven boek, met functionele repetitieve passages en met sobere, vaak minimalistische illustraties. Het gedemte kleurgebruik en de uitgekiende compositie maken het helemaal af.

Annemie Leysen


Klaas Verplancke
Wortels
Davidsfonds/Infodok, Leuven, 48 p., € 13,50.
vanaf 3 jaar.

Agnes Guldemont
Carll Cneut

Wortels
De Eenhoorn, Wielsbeke, 26 p., € 17,50.
vanaf 3 jaar.

Tony Ross
Jeanne Willis

Laat me niet los!
Sjaloom, Amsterdam, 28 p., € 11,45.
vanaf 3 jaar.

Anthony Browne
Mijn papa
Van Goor, Amsterdam, 28 p., € 5.
vanaf 3 jaar.

Paul Verrept
De kleine soldaat
Clavis, Hasselt, 23 p., € 12,50.
vanaf 3 jaar.


Terug Copyright ©  De  Morgen                     23 april 2003.