Blauw is zacht, rood is wild

De prachtigste kleuren komen te voorschijn als je prentenboeken openslaat. Soms echter hebben die kleuren zelf een functie. In De gele kikkers van Matthew Van Fleet bijvoorbeeld, een uitklapboek dat jonge kinderen in één beweging kleuren, vormen en motieven leert zien. Op de linkerpagina staat telkens een raadsel (zoals 'Het is geel en gevlekt...'), rechts staat een vorm (in dit geval een piramide) die hiermee overeenstemt. Maar als je het flapje oplicht blijkt een van de hoeken van de piramide het zitvlak te zijn van een gele gevlekte kikker die samen met zijn vrienden zit te happen en te springen. Een oranje gestreepte kubus wordt dan weer omgetoverd in een tijgerpoot en een roze gespikkelde ring blijkt de arm van een inktvis te zijn. Ook op de lange uitklapplaat achteraan in het boek zitten alle dieren nog een keer verscholen achter hun respectieve vormen, zodat de kleuren en motieven nog eens extra bestudeerd kunnen worden.
De koningin van de kleuren  De koningin van de kleuren gaat op een heel speelse manier om met de gevoelens die kleuren kunnen oproepen. Koningin Weeromme ontbiedt haar onderdanen. Eerst roept ze het blauw, dat zacht en teer is en haar streelt. Dan komt het rood, dat wild tekeergaat. Ze maakt er een paard van en rijdt woest heen en weer door haar koninkrijk. Ze stuurt het weer weg en koestert zich in de warmte van het geel. Het geel kan echter ook fel en gemeen zijn, net als Weeromme. Ze krijgen ruzie, en wanneer het blauw en het rood zich erin komen mengen wordt alles grijs. Het koninkrijk wordt somber, en geen enkel geschreeuw van koningin Weeromme kan daar iets aan doen. Maar dan begint ze te huilen. Haar rode, gele en blauwe tranen verdrijven het grijs. De kleuren zijn terug en spelen dartel met hun koningin. Vooral op deze pagina's kan Jutta Bauer zich ten volle uitleven met haar kleurkrijtjes. Haar kleuren worden sterren, ballen, linten en buitelende dieren. Ze stromen uitbundig en energiek uit het hoofd van de koningin tot die moe wordt en het blauw zacht neerdaalt over haar paleis.
Illustratie Iedereen min één   Een verhaal waar de kleuren, geuren en klanken uitbarsten is Iedereen min één van Hans Hagen en Philip Hopman. In een bergachtig Peruviaans dorpje gaat Rosa op bezoek bij haar tweelingzus Felicia om haar een verjaardagscadeau te brengen. Felicia is er echter niet. Het meisje kiest dan maar voor een busrit terug naar huis, aan zee. De buschauffeur kent zijn wereld: "Dag Rosa Pradera. Wat heb je lekker veel R-en. Ze rollen als rode bessen door mijn mond. Rro-sa Prra-de-rraa..." De bus pakt op haar rit een heleboel toevallige passagiers mee. Iedereen heeft wel zin in een dagje zee. Met een halve school, een kudde schapen en een zwangere mama aan boord trekt Ramón met zijn bus de bergen in. Halverwege op de weg naar zee ontmoeten twee bussen en ook twee zussen elkaar. Een verhaal in spiegelbeeld. Zowel in de tekst als in de tekeningen zijn Hagen en Hopman erin geslaagd de bloedhete, gezellige, wat chaotische Zuid-Amerikaanse sfeer over te brengen. Het lijkt wel alsof je in de droge hitte de bloemen, het fruit en de dierenhuiden echt kunt ruiken.
   Een ijzige kilte en een vurige roep om warmte, dat is wat spreekt uit het zwart en rood van Zeg me dat het niet zal sneeuwen!, het nieuwste boek van Jaak Dreesen. Moeder maakt zich zorgen om opa, die al 84 is en volgens haar gaat sterven. Zij praat en praat over vroeger, toen het oorlog was en ze opa kwamen halen. De soldaten , de geweren, de kou. Terwijl ze haar angsten uitspreekt en in gedachten al de begrafenis van opa regelt, probeert haar zoon haar aandacht te trekken voor het nu, voor opa die leeft, voor de zwaluwen die fwietfwietfwieten. "HOOR JE DAT, mama?" Zeg me dat het niet zal sneeuwenZij spreken naast elkaar en hun verhalen slagen er niet in elkaar te ontmoeten. "Nu is het genoeg! Jij bent MIJN mama! Jij moet niet altijd over JOUW papa praten. Praat nu over mij of over de zee." De moeder is zo opgenomen in haar eigen gedachten dat zij de smeekbeden van haar zoon niet wil horen. In een uiterste poging om zijn moeder te bereiken gaat hij over tot een wanhoopsdaad.
   Zeg me dat het niet zal sneeuwen! is een sober prentenboek voor kinderen vanaf een jaar of negen, over het non-vermogen tot communicatie dat soms bestaat tussen ouder en kind. Het opent begrip voor ouders die het moeilijk hebben, maar tegelijk voor hun kinderen die alleen staan met de emotionele noden die zij voelen en waar geen plaats voor is. Veel te veel kinderen gaan in die situatie over tot daden, die voor ons absurd maar voor hen een hulpkreet zijn. Dat weet Jaak Dreesen heel goed te plaatsen. Het navrante einde bezorgt je dan ook koude rillingen. De sfeer van de tekst wordt zorgvuldig ondersteund door de etseen van Goele Dewanckel en de typografie van Katrijn De Vleeschouwer, die met een sober spel van zwarte en rode letters de moeizame dialoog tussen Matthijsje en zijn moeder visueel versterkt. Een emotioneel geladen boek over een onderwerp dat nog te vaak taboe is.
Kathy Lindekens
Matthew Van Fleet, De gele kikkers, Casterman. 
Jutta Bauer, De koningin van de kleuren, Querido. 
Hans Hagen en Philip Hopman, Iedereen min één, Van Goor. 
Jaak Dreesen en Goele Dewanckel, Zeg met dat het niet zal sneeuwen!, Averbode.


Terug
Copyright © De Morgen                      28 januari 1999.