Twee nieuwe boeken bij dezelfde uitgeverij. Allebei van vrouwen die schrijven
voor tienjarigen, over de onbeschrijfelijke angst bij kinderen voor de
gevolgen van kibbelende ouders. De Hasseltse Els Beerten en de Amerikaanse
Carolyn Coman kennen elkaar wellicht niet, maar de overeenkomsten zijn
er. Ze roepen dezelfde stemming op en schrijven allebei heel overtuigend
vanuit het moeilijkste standpunt: dat van het kind.
Net dezelfde boodschap krijg je van Carolyn Coman in Wat Jimmy die nacht
zag. Jimmy is erbij wanneer Jan zijn huilende zusje Nina (Jans baby)
oppakt en door de kamer gooit. Patty (moeder van Jimmy en Nina) vangt de
baby net op tijd op en verdwijnt met de kinderen. Ze gaan met z'n drieën
in een kleine caravan wonen, in hartje winter. Jans onbezonnen daad was
het gevolg van ten top gedreven zenuwen omwille van een dreinerige baby,
maar wat er aan de spectaculaire worp precies voorafging, wordt niet beschreven.
Jimmy en Patty zijn van dan af in ieder geval bang voor Jan, ook al wordt
de man nergens als bruut afgeschilderd. Patty is een uiterst bedrijvige,
sterke moederkloek die haar kinderen beschermd tegen de buitenwereld. Maar
hoezeer er ook haar best doet, haar zoon Jimmy gaat eraan ten onder. Patty
slaat een kamer in het huis van een vriend af om in de ijskoude caravan
te wonen waar Nina en een lade slaapt en zijzelf in een ligstoel. Patty
is een 'superwoman' en dat moest natuurlijk wel eens fout gaan. De niet
uitgesproken, maar des te meer aanwezige angst voor een fantoom breekt
moeder en zoon. Patty, de zelfbewuste, onafhankelijke moderne vrouw achter
het stuur van een grote roestige Buick, houdt zich sterk voor haar zoon.
Ze doet verwoede pogingen de zaken onder controle te houden, tot blijkt
dat bij Jimmy van angst en onzekerheid alle remmen wegvallen. Patty kan
niet met haar kind praten over de essentie van de dingen, hoe tegenstrijdig
dat ook is met haar sterke persoonlijkheid. Wat Jimmy die nacht zag
is een verhaal als een vuurpijl: kort, flitsend en krachtig. Wat volwassenen
kinderen (onbewust) aandoen, blijft nog een hele tijd nazinderen. Dit tweede
boek van Carolyn Coman maakte in Amerika veel indruk. De filmische, directe
stijl en de aangrijpende materie maakt er een prachtig buitenbeentje van,
deskundig vertaald door Bart Moeyaert.
Enkele jaren geleden was het thema 'pesten' erg in op school en in de jeugdliteratuur. Nog steeds verschijnen op regelmatige tijdstippen boeken over elkaar treiterende schoolkinderen, waarbij de reden zo onbenullig is dat het algauw over helemaal niets meer gaat. Geruzie gaat over in agressie en fysiek geweld, angst en haat krijgen de overhand. Slimoor van Luc van Tolhuyzen gaat erover. De 'domoor' in kwestie heet Felix en hij moet op zeker dag tot zijn grote ergernis overstappen naar het Bijzonder Onderwijs. Het blijkt daar nogal mee te vallen; voor het eerst maakt Felix goede vrienden en leert hij van zich af te bijten. Hij moet ontzettend veel vooroordelen overwinnen, ook bij zijn ouders, al was het maar om zijn snoeverige, slimme broertje Gil een hak te zetten. Felix is het uitgelezen doelwit voor pesterijen. Kleine ettertjes van zijn leeftijd snijden hem zowat overal de pas af, maar erger nog vindt Felix het dat zelfs zijn ouders zich voor hem schamen. Hij wil per se zij leer- en leesproblemen overwinnen en bovenal zijn onzekerheid wegwerken, en stilaan wordt hij sterker, een beetje baldadig zelfs. Als broertje Gil ook zijn zwakheden blijkt te hebben, wordt de kloof tussen hen gedicht. Felix krijgt zelfs succes bij de meisjes en helpt andere kinderen met leerproblemen van zich af te bijten. Slimoor is behoorlijk onderhoudend, maar heeft zijn zwakke plekken. Soms loopt het verhaal stroef en levert het gegeven weinig nieuws op. Van Tolhuyzen bezondigt zich aan moraliseren via zijn hoofdpersonage. Felix maakt een bewustwording door die naar mijn mening net iets te expliciet is.