Nog één week...

   De boekentassen en etuis liggen weer klaar in de winkels: de laatste dagen van de vakantie zijn aangebroken. Nog net tijd voor een avontuur of drie.
De loofboot   Een spannend maar ook idyllisch avontuur beleven Alice en haar broer in het prentenboek De loofboot van Quentin Blake. De twee kinderen brengen de laatste vakantiedagen door bij hun tante. Ze vervelen zich een beetje en gaan op onderzoek uit in de tuin van de buurvrouw. De grote tuin, die bij een landhuis hoort, is lekker verwilderd en lijkt net een oerwoud. Door een gordijn van takken ontdekken de kinderen een boot met een voor- en een achtersteven en grote pijpen. Op het achterschip staat een houten hut met daarin een echt scheepswiel. Zij worden al spiedend betrapt door de weduwe van de kapitein en haar bootsman (tuinman) Boots. Voor straf moeten zij het dek zwabberen, maar ze krijgen ook een kopje thee met cake en koekjes.
  Ook de volgende dagen mogen de kinderen aan boord van het schip. Zo ontstaat een merkwaardige vriendschap tussen de fantasierijke dame die met de herinnering aan haar kapitein leeft en de twee avontuurlijke kinderen. Zij varen met behulp van een oude atlas naar verre landen. Een stenen vaas in de tuin wordt een Italiaanse ruïne, struiken worden ijsbergen en schapen ijsberen. Boots verkleedt zich als Neptunus en op het dek worden de gekste spelletjes gespeeld. Op de laatste dag van de vakantie mogen de kinderen zelfs blijven logeren op de boot. Samen met de oude dame trotseren zij een storm om u tegen te zeggen. Wanneer Alice en haar broer 's morgens wakker worden en mevrouw Bontekoe aan het roer staat, zegt zij: "Mooi werk, bemanning. De kapitein zou trots op jullie zijn geweest."  Een vakantie-avontuur waar je als kind alleen maar kunt van dromen en dat veel langer meegaat dan een heel jaar aardrijkskunde.
   Wie thuis zit te koukleumen kan ook met Onze mooiste verhalen een prachtige wereldreis maken naar exotische streken. In opvolging van het eerder bij Dorling Kindersley verschenen boek Kinderen wereldwijd bracht fotograaf Barnabas Kindersley samen met Jamila Gavin de mooiste verhalen tot leven van de kinderen uit alle windstreken die hij toen portretteerde. Tien verhalen zijn het geworden, van Botswana tot India, van Finland tot Brazilië. Ze zijn voortgekomen uit godsdienst, geschiedenis en traditie en generatie na generatie doorverteld. De kleine eskimo Levi bijvoorbeeld vertelt het verhaal van Raaf, die de wereld schiep: "Voor de schepping van de wereld heerste er duisternis, even zwart als de veren van Raaf. De duisternis was Raaf. Raaf was Tulugaukuk, de vader van het leven."
   De wereld wordt hier geschapen door de machtige vleugelslagen van de zwarte vogel. Na de bergen, de bomen en de kolkende wateren, de zeeën, oerwouden en woestijnen, na de zon die uit een gloeiende rotsblok in de lucht is geworpen, komt de mens tot leven, uit een reusachtige plantenpeul. Raaf schept dieren om de mens gezelschap te houden, maar laat de mensen beloven dat zij niet meer dieren zullen doden dan zij nodig hebben om te leven. Dit loopt natuurlijk slecht af omdat de hebzuchtige mensen altijd maar meer willen hebben. Raaf maakt de wereld opnieuw donker. Hij krijgt medelijden, maar schept, omdat de mensen hun les zouden onthouden, nacht en dag, winter en zomer.
   Bij de verhalen werden prenten getekend, maar leuk zijn vooral de kleine foto's in de marge, waardoor we nog wat te weten komen van de kleine verteller en zijn of haar familie, van hun huis, van dieren in de omgeving of van typische gebruiksvoorwerpen. Ook vooraan in het boek worden de kinderen op de landkaart gezet met een prentje van hun verhaal. Onze mooiste verhalen werd uitgegeven in samenwerking met Unicef.
IJsberen en andere draaikonten in de dierentuin  De dierentuin draait in de vakantie op volle toeren. Iedereen die in de zoo op bezoek komt, zou graag eens een kijkje willen nemen achter de schermen om meer te vernemen over het leven van al deze vreemde dieren en hun oppassers. Alleen al de verschillende geuren zijn de moeite waard om dit eens te proberen. Een goed alternatief (en geurloos) is voor kleinere kinderen IJsberen en andere draaikonten in de dierentuin van Ditte Merle en Alex de Wolf. Het boek beschrijft hoe dierentuinen ooit zijn ontstaan en hoe de verzameling dieren bij elkaar wordt gebracht. Ook hoe de dieren eten, paren en baren wordt zorgvuldig uitgelegd. Hoe je bijvoorbeeld aan papegaaien niet kunt zien of het een mannetje of een vrouwtje is. Of hoe dieren elkaar ook aardig moeten vinden om met elkaar te willen paren.
   Zo heeft het volgens de auteurs lang geduurd voor er neushoorns in de dierentuin werden geboren. "De eerste keer dat een mannetje bij een vrouwtje werd gezet, schrokken de verzorgers zich rot. Het mannetje begon luidkeels te grommen en te snuiven. Het vrouwtje proestte en floot. Ze pieste het mannetje helemaal onder. De twee duwden en stootten met hun hoorns. Hun zware koppen dreunden tegen elkaar." De verzorgers grepen uiteindelijk in met een brandslang. "Maar", zo gaat de tekst verder, "dat was allemaal nergens voor nodig. Neushoorns vrijen gewoon een beetje wild." Het boek staat voorts vol leuke anekdotes uit diverse dierentuinen over de hele wereld. Aan de vormgeving van het boek is bijzonder hard gewerkt. De samenwerking tussen auteur Ditte Merle, illustrator Alex de Wolf (!) en vormgever Steef Liefting maakt van IJsberen en andere draaikonten een boek dat je blijft lezen tot je ogen er duizelig van worden.
Hoeveel kost een olifant? Een soortgelijk boek voor al wat grotere kinderen is Hoeveel kost een olifant van Dirk Musschoot, in de Mozaïek-reeks Vragen van en voor kinderen. Moeten dieren onder de douche en gaan zij naar de kapper? Stoort het als een bezoeker rookt? Hoe geef je een neushoorn een spuitje? Als een dier doodgaat, is de dierenverzorger dan verdrietig? Meer van dit soort vragen van kinderen uit de lagere school worden telkens kort maar duidelijk beantwoord door de auteur, die hiervoor terecht kon bij de zoo van Antwerpen, het dierenpark van Planckendael en het Nederlandse Noorderdierenpark. Het boek is overzichtelijk ingedeeld, met veel foto's en grappige tekeningen. Kinderen kunnen 'zappen' van de ene vraag naar de andere, en die stukjes eruit pikken die hun interessant lijken.
   Peuters bekijken de zoo op hun manier.  Zij leren pas dat er verschillende dieren zijn en lopen de hele dag te ontdekken. Voor de allerkleinsten tekende Guido Van Genechten twee vouwboekjes: Wat zie ik? en Wie zie je?. Een vrolijke groene kikker wordt, als je het karton verder openplooit, een schildpad. Haar huisje wordt de staart van een rups. Die wordt eerst een dino en dan een krokodil. Het tipje van een muizenneus blijkt toe te behoren aan een pinguïn. Dan komt een varken met een lange snuit en dan weer blijken al die snoeten te veranderen in een slangelijf. Maar de olifant heeft de langste!
 Het grote moment"Een van de moeilijkste dingen om te maken om te maken is een poes. Een echte. Om een echte poes te maken moet je niet alleen een staart en vier pootjes in elkaar zetten, maar ook een hart, kilometers bloedvat, een automatische spinner en ogen die lichten in het donker." Zo begint het eerste hoofdstuk van Het grote moment van bioloog Midas Dekkers, een boek over de geboorte van dieren. Hij stelt dat "de mens wel een maanraket (kan) maken, of een prachtig gedicht, maar het eerste beste onderdeeltje van een poes - één haar, één zenuwtje - is hem al te moeilijk." Dat kan alleen een kattenfabriek, de kat dus. Op een heel eenvoudige en humoristische manier legt Dekkers uit wat voortplanting is, hoe een geboorte verloopt en hoe elk levend wezen is opgebouwd uit bouwstenen. Een volwassen dier bestaat uit miljoenen maal miljoenen cellen. Niet alleen zoogdieren maar ook kippen, padden en mieren komen aan bod, tot er voor kinderen rond de geboorte geen geheimen meer bestaan. "Want," zo besluit Dekkers, "dat is het wonderlijkste van de geboorte: het is het gewoonste wonder van de wereld."

Kathy Lindekens

Quentin Blake, De loofboot, Fontein.
J.Gavin, B.Kindersley, A.Hall, Onze mooiste verhalen, Bosch & Keuning.
Ditte Merle, Alex de Wolf, Ijsberen en andere draaikonten, Van Reemst.
Dirk Musschoot, Hoeveel kost een olifant?, Clavis.
Guido Van Genechten, Wat zie ik? / Wie zie je?, Bakermat.
Midas Dekkers, Het grote moment, Piramide.


Terug
Copyright © De Morgen                    21 augustus  1998