Feest in de abdij

Feest in de abdijFeest in de abdij is het nieuwste boek van Marc De Bel. Het speelt zich af in de abdij van Ename in 1448. Hoofdfiguren zijn Tijs en Tanne, broer en zus. Bij de begrafenis van zijn vader beloofde Tijs dat hij voor zijn moeder en zussen zou zorgen. Maar werk vinden is voor een jongen van dertien, die er ook nog eens uitziet als een sprinkhaan op dieet, niet makkelijk. Gelukkig is er een feest in de abdij en heeft pater Ludovicus een keukenhulpje nodig. Want een feestmaal bereiden voor de bisschop die op bezoek komt, kan je nu eenmaal niet in je eentje.
  Tanne, Tijs' zus, is razend nieuwsgierig naar wat haar broer ervan bakt. Door een gat in de muur glipt ze de abdij binnen en lapt de verboden-voor-meisjes-regel aan haar laars. Wat volgt is een spannend verhaal waarbij Tanne de hele abdij doorkruist op de vlucht voor de strenge paters. Gelukkig is er Adelard, een jongen die net in het klooster is ingetreden en die haar helpt.
  Wie Feest in de abdij leest, krijgt meteen zin om de archeologische vindplaats in Ename te bezoeken. In het boekje is een plattegrond van de vroegere benedictijnerabdij opgenomen zodat je de tocht van Tanne makkelijk kan volgen.Terug
 

Veerle Vogelaere

Feest in de abdij (40p.) werd uitgegeven bij Davidsfonds/Infodok en kost 395 frank.

Copyright © De Morgen                     20 juni 1998


Interview

Op zoek naar pijlpunten en stenen bijltjes

Marc De Bel over archeologie

In Ename vroegen ze Marc De Bel  om een boekje te schrijven over de abdij. Dat werd 'Feest in de abdij'. Wie het boekje leest, merkt dat de populaire schrijver een boontje heeft voor alles wat te maken heeft met archeologie en Middeleeuwen. De Zeven Wereldzeeën stelde Marc De Bel een paar vraagjes.

Marc De BelKlopt ons vermoeden dat je geïnteresseerd bent in archeologie?
Marc De Bel: "Zeker. Ik ben dol op het neolithicum, dat is de steentijd, de periode dus waarin de mensen nog geen metaal kenden. Met een vriend heb ik een paar jaar velden onderzocht op zoek naar pijlpunten, stenen bijltjes enzovoort. Op den duur dachten ze in het dorp zelfs dat ik gek was, want geef nu toe: welk zinnig mens loopt er naar steentjes te zoeken. Af en toe gingen we te rade bij echte archeologen die ons konden vertellen waar we het meeste kans maakten om iets te vinden."

Was je als kind ook al geïnteresseerd in archeologie?
"Ik heb toen nog meegeholpen met amateurarcheologen. Ik herinner me dat we in het bos met een grondboor graven gingen opdelven. Daar hebben we potten en sieraden gevonden."

Heb je zelf interessante dingen gevonden.?
"Jawel, ik heb een kleine verzameling waar ik zeer trots op ben. Ik heb een stukje van een bijl gevonden en schrapers en andere spulletjes. Jammer genoeg heb ik hier nooit een pijlpunt gevonden. Vorig jaar ben ik naar Mauritanië op reis geweest, speciaal om pijlpunten te gaan zoeken. Wat ik zo boeiend vind aan die pijlpunten is dat de mensen die ze gemaakt hebben er allang niet meer zijn, maar dat ik die pijlpunten nog altijd in mijn handen kan houden. Ik ben trouwens al acht jaar aan een verhaal over pijlpunten aan het schrijven. Ik heb het al helemaal in mijn hoofd en ik denk dat ik er binnen een jaar of drie aan begin. Het is de bedoeling dat het drie boeken worden die een geheel vormen. Het wordt een echte kanjer."

Had je geen archeoloog willen worden?
"Nee. Ik wilde absoluut iets met kinderen doen. En aan archeologie komen geen kinderen te pas, alleen maar duffe professoren. Maar ik kan natuurlijk wel over archeologie schrijven. Of over de Middeleeuwen, ridders en abdijen, nog zo'n paar dingen die me boeien."

Denk je dat kinderen van vandaag een vindplaats als Ename boeiend vinden?
"Tuurlijk. Het hangt er maar vanaf hoe je de dingen voorstelt. Zelfs vraagstukken kunnen heel leuk zijn. Ik denk dat kinderen met het boekje dat ik geschreven heb en met het tijdvenster dat in Ename gebruikt wordt, een hoopje stenen héél interessant gaan vinden."
Terug
 

Veerle Vogelaere

Copyright  ©  De Morgen                    20 juni 1998.