Flop! Zei de kipLezer

  Jacobs grote wedstrijd lees ik, maar voorzover ik weet zit er geen Jacob bij de Rode Duivels, dus met het Belgisch elftal zal deze titel wel niets van doen hebben. Nee, de grote wedstrijd van Jacob is een vlotwedstrijd, waarin allerlei zelfgewrochte vlotten zo snel mogelijk een waterige eindstreep proberen te bereiken.
  Kleine Jacob, die uit een zeemansfamilie stamt, weet een afgedankte deur te liggen en bouwt ze om tot een vlotje dat drijvend zal worden gehouden met lege plastic flessen, bevestigd op balken die dienen om orgelpijpen in vast te zetten, want kleine Jacob stamt ook nog eens uit een orgelbouwersfamilie. Ook woont Jacobs grootvader onder een omgekeerde oude boot ergens op het strand. Vandaaruit zie je het wrak liggen van de Ebenezer, het schip waarmee zijn overgrootvader nog heeft gevaren.
  Een auteur met een levendige verbeelding? Alles wat in Jacobs grote wedstrijd verteld wordt is wèl gebaseerd op een echt gebeurd familieverhaal. Het wordt, zo stelt de achterplattekst, in woord en beeld met veel vaart verteld. Vlot, als het ware. Een oordeel dat betwijfeld mag worden, want het verhaal wordt lukraak opgebouwd, alles op een hoop, en het verhaal van de vlotwedstrijd zelf is net zo spannend als het eerste het beste kranteverslag van een Rode Duivels-wedstrijd.
  Ook dicht bij zee en water bevindt zich Wolken in het zand van Wally de Doncker, een fabel voor iedereen vanaf vijf jaar. Het boek begint met wat een paar grappige woordspelingen zouden moeten zijn, maar wat mij betreft gaan ze de zeemist in. Maar dan komt het verhaal toch op dreef: een ei op het eiland Das barst kwok open en er komt een soort kip uit; wanneer er flop iets uit haar achterste valt, noemt ze zich Flop en is ze blij dat ze weet wat en wie ze is. Ze moet er dan wel nog achter komen wat ze op Das helemaal doet, ja. Ze loopt op het eiland rond en laat er sporen achter die door de regen worden uitgewist, niet veel zaaks. Of tekent met haar bek wolken in het zand.
  Een sympathieke kip dus die de grote filosofische vragen stelt - "Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waartoe ben ik hier?" Maar wie de kipse antwoorden leest; kan niet anders dan ze banaal vinden en niet afdoend: dit boekje baadt in een nogal ontluisterend sfeertje dat op het einde met veel bloemen en natuur wordt goedgemaakt. Illustratie Anne Westerduin, De potloodprinsesBij dit verhaal werd Wally de Doncker overigens voortreffelijk en bizar geassisteerd door illustratrice Gerda Dendooven, in kleur en zwart-wit. Je krijgt daarbij soms het gevoel dat je naar Chinese prenten zit te kijken: de oppervlakte van de zee is versierd met een fries van krulletjes en de diepte zit vol luchtbellen en geometrische figuren, zwart bovendien. 
  Anne Westerduin, die in De potloodprinses niet één pagina wit laat, werkt met grof afgelijnde kleurvlakken en portretteert rudimentair. Het doet weleens aan Oost-Europese volkskunst denken. Zonder de tekeningen is De potloodprinses helaas een beetje een belerend verhaaltje. Maar in dit geval heeft de illustratrice de schrijfster gered. En zo ook het boek. Spookjes op zolder
 Boem, boem, boem! Daar zitten we bij Spookjes in de kelder, vier in aantal, vrij jong. Om middernacht schrikken ze op van een onverklaarbaar bonken dat ze nog nooit vernomen hebben en lopen ze het hele kasteel door op zoek naar de bron van de schrikbarende doffe slagen. Tijdens die zoektocht zijn ze bang van alle dingen waar ook kinderen angstig voor kunnen zijn: een plotselinge spin, een vleermuis, het licht dat uitvalt, kelders, het eigen spiegelbeeld zelfs.
  Het verhaaltje wordt verteld en getekend door Jacques Duquennoy, die een voorliefde demonstreert voor spookwit, angstzwart, opluchtingsgeel en een toets roze, waarmee hij een mooie continue lijn in het boekje aanbrengt. Spookjes in de kelder, je zag ze nooit, ze zijn er dus niet. Toch mogen ze er zijn.
Terug

Michael Foreman, Jacobs grote wedstrijd, Lannoo.
Wally de Doncker, Gerda Dendooven, Wolken in het zand, Davidsfonds/Infodok.
Brigitte Minne, Anne Westerduin De potloodprinses, Clavis.
Jacques Duquennoy, Spookjes in de kelder, Clavis.

Bert Van Molle

Copyright © De Morgen                     3 juli  1998