Eenige nuttige waarheden in rijm

Tekening Jacobus Buijs Dat de kindjes in China niks te eten hadden, en dat ik dus maar braaf mijn bord moest leegeten. De logica van deze woorden, die ik in mijn kinderjaren wel vaker te horen kreeg, ontgaat me tot vandaag. Toch gaf ik er gewillig gehoor aan - effect hadden ze dus wel. Net zoals de vreemde logica in de 66 Kleine Gedigten voor Kinderen van Hieronymus van Alphen sinds 1778 generaties van min of meer Brave Hendriken heeft gegenereerd.
  In de Delta-reeks, een initiatief van het Nederlands ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Maatschappij de Nederlandse Letterkunde en de Uitgeversvereniging, verscheen nu een fraaie uitgave van de drie bundeltjes stichtende gedichten die Van Alphen tussen 1778 en 1782 publiceerde. P.J.Buijnsters, hoogleraar Nederlandse letterkunde van de achttiende eeuw in Nijmegen, licht in een nawoord de ontstaansgeschiedenis toe en maakt interessante verklarende aantekeningen bij de gedichten.
  Van Alphen werd lange tijd beschouwd als de oervader van de kinder- en jeugdliteratuur in het Nederlandse taalgebied. Met onder meer zijn Jantje die eens pruimen zag hangen, zou hij de eerste volwassen auteur zijn geweest die zich tot een jong publiek richtte. In De hele bibelebontse berg (1989), een geschiedenis van het Nederlandstalige kinderboek, werd die titel hem voor een stuk ontnomen. Eerder al verschenen, zo blijkt, behalve schoolboeken als Beginselen der Aardklootkunde en Zamenspraken over den Hond, echte verhalende boekjes voor kinderen.
  Hoe dan ook, met de verlichte Van Alphen en zijn versjes werd een nieuwe toon gezet. Het klonk allemaal vriendelijker en zachtaardiger dan voorheen. Van Alphen schreef zijn verzen voor zijn drie zoontjes, voor wie hij als weduwnaar de hele zorg droeg. In het 'Voorberigt' schrijft hij: "Hij (de dichter) bedoelde slegts eenige nuttige waarheden zo in rijm voortedragen, dat dezelven de kinderlijke vatbaarheid niet te boven gingen." En verder: "Ook mag het geen kwaad wanneer hier en daar het kinderlijke verstand eene kleine zwarigheid ontmoet, en daar door tot vragen en praten wordt opgewekt." Als vertegenwoordiger van de 'gevoelige Verlichting', beïnvloed door de nieuwe pedagogie van Rousseau, nam hij de opvoeding van kinderen au sérieux. Vrolijkheid, dankbaarheid maar vooral naarstigheid worden belangrijke kinderdeugden. Leren is voortaan gewoon leuk, zo blijkt in 'Het vrolijk leeren':  
Mijn spelen is leeren, mijn leeren is speelen.
En waarom zou mij dan het leeren verveelen?
Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak.
Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken;
Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken.
't Is wijsheid, 't zijn deugdend, naar welken ik haak.
  In deze gedichten heeft iedereen de beste bedoelingen. Al breekt Cornelis bij het 'paletten' (een soort badmintonspel) al eens een ruit, zolang hij er eerlijk voor uitkomt, is er geen probleem, want: "Die altoos wil de waarheid spreken, / wordt welbeloond. / Die leugens zoekt voor zijn gebreken, / wordt nooit verschoond." Ook God heeft het goed voor: "Wat is tog rijkdom? Wat is eer? / Een handvol nietig slijk, / Gods vriend te wezen is veel meer. / Die Jezus lieft, is rijk." Zo eenvoudig was dat allemaal voor het jonge burgerlijke lezerspubliek. Donder en bliksem zijn een geschenk, "een anders last te helpen dragen, / zal mijn genoegen zijn", elk jaargetijde is even leuk, kortom: de kindertjes lopen "huppelend heen op een galop". Zelfs een lijk kan alleen maar tot vrolijkheid stemmen: "Zoudt gij voor lijken beven? / Zegt liever vrolijk - deze man, / die hier niet zien of hooren kan, / mag in den hemel leven."
 Tekening Jacobus Buijs Van Alphens versjes barsten van optimisme en levensvreugde, ook al wordt er wel eens overtuigend getreurd om de dood van een zusje of een moeder. Harmonieus geluk in de intieme familiekring is het hoogste goed. Van Alphen laat  kinderen vaak met elkaar discussiëren over een en ander. Daarbij krijgt de deugdzaamste prater altijd het laatste woord. Meestal beginnen de gedichten met een korte situatieschets, waaraan dan meteen een stichtende beschouwing wordt vastgeknoopt. Vaak fungeren dieren als lichtende voorbeelden. Als "het hondjen" al kwispelstaart omdat hij "beentjes en wat brood" krijgt, hoe dankbaar moet een kleine jongen dan wel zijn om "vleesch en brood en wijn, / en dikwijls lekkernij". En, toegegeven, een "haasjen" kan snel lopen, "maar dat hij die altoos kniest, / en wat andren zijn wil wezen, / zelfs het geen hij heeft verliest, / heb ik meer dan eens gelezen". Opvallend is wel dat in deze bundels al druk werd geëxperimenteerd met stijlvormen, ritmen, strofenbouw en rijmschema's. In enkele gedichten overheerst het vrije vers, een experiment waaraan "de natie gemakkelijk zoude gewennen", aldus de dichter.
  Van Alphen werd meteen een successchrijver. Zijn bundels werden al snel bestsellers. De eerste uitgaven verschenen zonder illustraties, later werd een reeks bijbehorende plaatjes in de handel gebracht en los verkocht. Voor de volgende twee bundels werd een beroep gedaan op de schilder Jacob Buys. Zijn tekeningen werden achteraf in koper gegraveerd en blijken al even onsterfelijk als de verzen. Elke gravure stelt mooi uitgedoste kinderen voor, meestal in een burgerlijk interieur dat welstand laat vermoeden. Buitenscènes zijn zeldzaam en stellen doorgaans veilig ommuurde, rijkelijke tuinen voor. Nieuw was in elk geval dat tekst en beeld een opmerkelijke eenheid vormen. In de prentenboeken van vandaag logt dat voor de hand, maar in de achttiende eeuw en ook daarvoor werden 'centsprenten' (plaatje voor een cent), voorzien van een onderschrift, los verdeeld.
  Van Alphen kreeg ook behoorlijk wat kritiek, onder meer omdat zijn blijmoedige kinderpoëzie onverenigbaar zou zijn met de calvinistische predestinatieleer. In de vorige eeuw maakte de dichter De Génestet zich vrolijk over de Brave Hendriken-moraal in de Kleine Gedigten voor Kinderen. Voor de 'kinderdichter' Willem Wilmink blijft Van Alphen echter een monument. In veel van zijn gedichten persifleert de 'moderne moralist' Wilmink overigens zijn voorganger, met veel sympathie en respect voor de dichter die aan de basis lag van de Nederlandse kinderpoëzie.
  Ondanks het soms eindeloze, moralistische gezeur en de opgeklopte vrolijkheid blijven de Kleine Gedigten voor Kinderen na twee eeuwen vaak hoogst amusant, charmant en professioneel gemaakt. De plaatjes alleen al maken van deze uitgave een aanwinst voor nostalgische liefhebbers.

 
Terug

Hieronymus van Alphen (bezorgd door P.J.Buijnsters, Kleine Gedigten voor Kinderen, Delta / Athenaeum, Polak & Van Gennep.
 

Annemie Leysen
Copyright © De Morgen                     18  juni 1998