Rijmen
en ritme zijn twee haast natuurlijke zaken in de taalontwikkeling van een
kind. Het is dan ook bijna niet te geloven dat er nooit eerder aan gedacht
is om speciaal voor beginnende lezers versjes te maken. Misschien heeft
het te maken met de enorme beperking die schrijven voor deze groep inhoudt.
Poëzie is immers net dat vrije spel met taal, klank en ritme. Als
je om leestechnische redenen sterk beknot wordt, is het de vraag of er
nog wel iets overblijft waar je iets mee kan aanvangen. Dat het voor de
gewone verhalen lukt, hebben veel auteurs reeds bewezen, dus, waarom zou
het met poëzie niet lukken?
Copyright ©
november 1997
Toon
Tellegen moet in een vorig leven een dier geweest zijn. Zo goed als Kromhout,
Schmidt of Dahl zich in de kinderfantasie kunnen inleven, zo treffend geeft
Tellegen dierengedachten weer. Avonturen, dagelijkse beslommeringen, mijmeringen,
fantasietjes en levensvraagstukken op dierenformaat worden door hem in
heel heldere woorden neergezet. Neem nu 'Teunis'. Teunis is een olifant
in een mensenwereld. Z'n moeder en vader zijn ook olifanten, maar daar
houdt het olifantenbestand op. Teunis heeft het naar eigen zeggen niet
altijd makkelijk. Soms heeft het zijn voordelen om olifant te zijn, zoals
bij het legen van het aquarium of bij de aftrap van het voetbal, maar er
zijn natuurlijk ook problemen. Schrijven, pianospelen en kleren passen
bijvoorbeeld, zijn niet voor een olifantje weggelegd. Toch kan je nauwelijks
van discriminatie spreken. Teunis past zich zo goed mogelijk aan en ook
z'n omgeving heeft weinig moeite met z'n olifant zijn. Meer zelfs, Teunis'
leven wordt zo aanschouwelijk beschreven, dat je je er perfect kan in inleven
en de mensenwereld zelfs wat merkwaardig vindt. Door de herkenbare gevoelens
van Teunis zal het boekje zeker ook heel wat 'afwijkende' kinderen een
hart onder de riem steken. Een meesterlijk verhaal waarin de droge humor
en de filosofische doordenkertjes (twee andere, typische Tellegen-kenmerken)
niet ontbreken. Jan Jutte maakte er heerlijke, expressieve illustraties
bij. Bekroond met een Zilveren Griffel voor 1997. Copyright © januari 1998
De
vijf verhalen die de bekende Nederlandse tandem Rindert Kromhout en Jan
Jutte in dit meegroeiboek bijeenbrachten, verschenen eerder al als aparte
boekjes. Het blijft echter een plezier om ze opnieuw te lezen.
Copyright © maart 1998
Nina
en Thomas wonen samen in een huisje. Op een dag zegt Thomas doodleuk dat
hij op reis gaat. Hij wil dingen zien en beleven. Nina kan niet mee, hij
heeft maar één kaartje. Voor z'n vertrek geeft hij haar nog
wat goede raad en dan valt de deur achter hem dicht. Nina blijft radeloos
achter; ze gooit met de bloempotten en kruipt zielig onder de tafel. Langzaam
vindt ze haar draai terug en begint weer te leven. Thomas stuurt wel eens
een kaartje, maar het duurt toch lang voor hij terug is en Nina blijft
zich eenzaam voelen. Plots is hij er weer, beladen met cadeautjes. Dat
maakt alles goed, denkt de lomperik, maar Nina laat niet over zich heen
lopen. Ze toont haar woede en uit haar ergernis en pas heel, heel langzaam
zakt de boosheid weg. Lang nadien, tijdens het dagelijkse koffiedrinken,
zegt Nina: "Ik ga op reis, ikke". Dit zeer herkenbare verhaal speelt zich
af bij een berenpaar. Blijkbaar gaat het er daar net zo aan toe als bij
de mensen. Ongelikte beren vind je overal!
Copyright © maart 1998